Lid 1
Op de bezoldiging van de ambtenaar aan wie een ambts- of dienstwoning ter bewoning is toegewezen, wordt een korting toegepast welke wordt berekend naar 12% van zijn salaris.
Lid 2
Indien de ambtenaar aantoont dat de huurwaarde van zijn woning voor de heffing van de inkomsten- en loonbelasting minder bedraagt dan de op grond van het eerste lid bepaalde korting, wordt deze op het bedrag van die huurwaarde gesteld.