Lid 1

De in artikel 3:3:1:12 bedoelde toelage bedraagt voor elke verrichte volledige weekdienst 3% van het maandsalaris, met dien verstande dat de in dit artikel bedoelde toelage niet minder bedraagt dan 3% van het maximum maandsalaris van schaal 6, vermeld in staat A van de bezoldigingsverordening.

Lid 2

Het in artikel 3:3:1:12 bedoelde extra verlof bedraagt, met uitsluiting van het bepaalde in artikel 6:2:1 lid 3, voor elke volledige weekenddienst een halve dag. Dit verlof wordt aan het einde van ieder kalenderjaar aan het normale vakantieverlof toegevoegd.

Lid 3

De belanghebbende, die volgens rooster is ingedeeld voor wacht- of storingsdiensten, doch hieraan tengevolge van een tijdelijke arbeidsongeschiktheid geen uitvoering kan geven, geniet gedurende deze tijdelijke arbeidsongeschiktheid de toelage als aangegeven in het 1e lid waarop hij uitzicht had op het tijdstip van aanvang van de arbeidsongeschiktheid. Het bepaalde in dit lid wordt beëindigd zodra artikel 3:3:1:16 toepassing vindt.

Lid 4

Voor een feestdag als bedoeld in artikel 4:2:1 lid 3, vallende in een weekdienst, wordt boven de in het 1e lid aangegeven toelage een halve verlofdag extra toegekend.