Lid 1

Buitengewoon verlof, zonder behoud van bezoldiging, kan worden toegekend voor minimaal twee werkdagen en voor maximaal twintig werkdagen, onder voorwaarde dat het dienstbelang zich daartegen niet verzet.

Lid 2

De door de ambtenaar over het aantal genoten uren buitengewoon verlof, zonder behoud van bezoldiging, verschuldigde sociale lasten wordt bij de salarisbetaling verrekend.