Lid 1

Indien overgang naar een andere publiek- dan wel privaatrechtelijke werkgever noodzakelijk is -bijvoorbeeld ten gevolge van de overdracht van een gemeentelijke taak- rust op de gemeente de verplichting om het geheel van netto salaris en salariscomponenten van de betrokken ambtenaar, bestaande op het moment van overgang, per saldo door de nieuwe werkgever in volle omvang te laten garanderen. Met betrekking tot de overige aanspraken en vooruitzichten van de betrokken ambtenaar, bestaande op het moment van de overgang, dient het streven van de gemeente er op gericht te zijn deze zoveel mogelijk door de nieuwe werkgever te laten garanderen. Omtrent het vorenstaande dienen met de toekomstige werkgever concrete afspraken te worden gemaakt, die per betrokken ambtenaar individueel en schriftelijk moeten worden vastgelegd.

Lid 2

Voorts dienen burgemeester en wethouders in de in het eerste lid bedoelde situatie een nadere regeling te treffen ten aanzien van de voorwaarden waaronder de overgang naar de nieuwe werkgever plaats zal hebben; uitgangspunt daarbij dient te zijn dat de betrokken ambtenaren tenminste op dezelfde rechten aanspraak kunnen maken als in geval van een gemeentelijke overplaatsing.

Lid 3

Bij de overgang naar een andere werkgever dienen met de nieuwe werkgever in ieder geval afspraken te worden gemaakt met betrekking tot de pensioenvoorziening en de termijn gedurende welke de arbeidsplaats(en) en de standplaats van de betrokken ambtenaren tenminste worden gegarandeerd.

Lid 4

Ambtenaren, die binnen twee jaar na het vervallen van hun functie bij de gemeente een leeftijd bereiken waarbij zij op grond van geldend recht de mogelijkheid hun werkzaamheden volledig neer te leggen, worden slechts op eigen verzoek buitengemeentelijk geplaatst, met dien verstande dat degenen die niet naar de nieuwe werkgever wensen over te gaan zich verplichten om bij de eerste gelegenheid van de hiervoor bedoelde mogelijkheid gebruik te maken; desgewenst en indien mogelijk vindt een vorm van detachering bij de nieuwe werkgever plaats.

Lid 5

Ambtenaren die buitengemeentelijk worden geplaatst behouden, ingeval van ontslag bij de nieuwe werkgever wegens inkrimping of reorganisatie binnen een jaar na ontslag bij de gemeente, hun aanspraken op grond van de Wachtgeldregeling c.q. Uitkeringsregeling ontslag, met dien verstande dat hun werkloosheidsuitkering door de gemeente wordt aangevuld tot het niveau van de alsdan voor ambtenaren van de gemeente geldende uitkeringsregeling(en). De duur van de aanvulling is minimaal gelijk aan de periode gedurende welke de betrokken medewerker op het moment van ontslag uit gemeentelijke dienst aanspraak op wachtgeld c.q. uitkering zou hebben gehad; bij de bepaling van de hoogte van de aanvulling wordt uitgegaan van het salarisperspectief van de betrokken medewerker bij een fictieve voortzetting van het dienstverband met de gemeente tot het moment van ontslag bij de nieuwe werkgever.