Lid 1
De premie wordt tot het maximale bedrag uitbetaald, wanneer de werknemer die daarop aanspraak maakt gedurende het uitkeringsjaar aan of met het door hem bestuurde motorrijtuig geen schade heeft veroorzaakt door aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden.
Lid 2
Indien aan laatstgenoemde voorwaarden niet is voldaan doch de schade beperkt is gebleven tot zeer geringe bedragen, dan kan niettemin door het college worden bepaald dat het maximale bedrag van premie zal worden uitgekeerd.
Lid 3
Overigens kan, wanneer aan de bedoelde voorwaarde niet is voldaan, door het college worden bepaald dat de premie slechts zal worden uitbetaald tot het bedrag dat overblijft na aftrek van het bedrag der op enigerlei wijze, hetzij direct of indirect, veroorzaakte schade.
Lid 4
In geen geval zal uitkering plaatsvinden, indien het bedrag van schade veroorzaakt door aan de werknemer zelf te wijten feiten of omstandigheden, uitgaat boven het maximale bedrag van de premie.