Lid 1
Het werkgesprek vindt tenminste eenmaal per jaar voor 16 oktober plaats met iedere medewerker.
Lid 2
De individuele eindoordelen van de werkgesprekken worden elk jaar voor 1 november door p&o voor de verslaglegging in een overzicht verwerkt.
Lid 3
Het werkgesprek vindt in ieder geval plaats voor de volgende te nemen beslissingen:
- - het al dan niet verlenen van een aanstelling in vaste dienst;
- - het al dan niet toekennen van een hogere salarisschaal;
- - het al dan niet toekennen van een versneld bezoldigingstraject;
- - het onthouden van een salarisverhoging als bedoeld in artikel 3:1:1:5, lid 3 van de bezoldigingsverordening;
- - het toekennen van een gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28 van de CAR gemeente Almelo;
- - het verlenen van ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de door de medewerker beklede functie anders dan op grond van ziekten of gebreken;
- - voor het verrichten van tijdelijk zwaardere werkzaamheden;
- - voor het verrichten van tijdelijke werkzaamheden die zowel naar aard als niveau afwijken van de huidige werkzaamheden;
- - het verlenen van een toelage boven het maximumsalaris.
Lid 4
De beoordelaar kan bepalen dat ook in andere gevallen dan bedoeld in de leden 1 en 3 van dit artikel een werkgesprek plaatsvindt. Het college kan hierover nadere regels stellen.
Lid 5
Het werkgesprek vindt plaats als de medewerker daarom verzoekt.
Lid 6
Bij een eindoordeel van tenminste C van het werkgesprek vindt toepassing plaats van artikel 3:1:1:5, lid 1 van de bezoldigingsverordening.
Lid 7
De totaalresultaten van de werkgesprekken en de daarop gebaseerde besluiten vormen onderdeel van het jaarlijkse overleg dat de bestuurder met de ondernemingsraad voert over het in de onderneming gevoerde sociale beleid.