Lid 1
Het onderzoeken van ontvangen klachten inzake ongewenste omgangsvormen, het daaromtrent rapporteren aan de leiding van de organisatorische eenheid en het adviseren van de leiding van de organisatorische eenheid over eventueel te nemen maatregelen.
Lid 2
Het gevraagd en ongevraagd adviseren van gemeentebestuur en/of leiding van de organisatorische eenheid ten aanzien van een preventief beleid inzake ongewenste omgangsvormen.