Lid 1
De klachtencommissie onderzoekt de klacht door klager en aangeklaagde te horen; het horen behoeft niet in voltallige samenstelling, doch dient door ten minste twee leden van de commissie te geschieden. Partijen kunnen zich door een raadsman laten bijstaan.
Lid 2
Indien klager dat wenst, kan de vertrouwenspersoon bij het horen van klager aanwezig zijn.
Lid 3
Indien de commissie dat voor het onderzoek nodig acht, kan zij andere betrokken medewerkers horen, alsmede de situatie ter plaatse in ogenschouw nemen.
Lid 4
Op verzoek van klager dan wel aangeklaagde kunnen door hen meegebrachte getuigen worden gehoord
Lid 5
Medewerkers zijn verplicht gehoor te geven aan de oproep van de klachtencommissie om voor haar te verschijnen. Aangeklaagde kan daarnaast desgewenst een schriftelijk verweer indienen.
Lid 6
Van het horen van alle betrokkenen worden verslagen opgesteld. Een verslag wordt niet vastgesteld dan nadat betrokkene het voor gezien heeft getekend en, voor wat betreft de weergave van het door hem/haar gezegde, voor akkoord. Weigert de betrokkene ondertekening, dan wordt daarvan in het verslag zo mogelijk met vermelding der redenen melding gemaakt. Een afschrift van het verslag wordt de betrokkene uitgereikt.
Lid 7
Van haar bevindingen brengt de commissie schriftelijk rapport uit aan de leiding van de organisatorische eenheid, binnen 2 maanden na ontvangst van de klacht. Afschriften van het rapport worden gezonden aan klager en aangeklaagde.
Lid 8
De commissie kan de beslissing voor ten hoogste twee maanden verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.