Een bestaande functie, daadwerkelijk door een ambtenaar wordt uitgeoefend, krijgt een hogere functieschaal toegekend. In beginsel zijn de gevolgen hiervan vrij eenvoudig: Die hogere functieschaal moet ook aan de ambtenaar worden toegekend. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:

De ambtenaar voert de werkzaamheden van die functie nog niet geheel uit. Het kan zijn dat nog niet alle werkzaamheden zijn opgedragen of omdat er nog sprake is van een inwerkperiode en de werkzaamheden nog niet met de vereiste zelfstandigheid worden uitgevoerd. De voorwaarden, zoals genoemd bij inschaling bij aanstelling, zijn hierbij van toepassing.

De ambtenaar voert de werkzaamheden al wel uit, maar het functioneren laat nog te wensen over. Dat betekent, dat in dit geval de ambtenaar niet in aanmerking komt voor de hogere salarisschaal op grond van de zogenaamde “tenzij-formulering” in artikel 3:1:1:2, lid 3 CAR gemeente Almelo

Binnen deze twee voorwaarden is het stelsel van normen en voorwaarden, zoals uiteengezet in het onderdeel inschaling bij aanstelling van toepassing.

Het kan zijn dat een ambtenaar nog in een inwerkperiode zit en dat de hogere waardering van de functie geen gevolg heeft voor de toegekende salarisschaal. Dat zal het geval kunnen zijn, als de werkzaamheden, waarmee de ambtenaar in de inwerkperiode is belast zelfstandig zijn gewaardeerd, waarbij de gewijzigde waardering van de functie geen invloed heeft op die waardering.

Als er wel een verband bestaat tussen de hogere waardering en de daadwerkelijk opgedragen werkzaamheden, zal de hogere waardering ook gelijke gevolgen moeten hebben voor de toekenning van de salarisschaal aan de ambtenaar, ook al is de ambtenaar nog niet ingeschaald in de hogere functieschaal.

Als er sprake is van de situatie, dat de ambtenaar de werkzaamheden wel opgedragen heeft gekregen maar deze (nog) niet volgens de daaraan te stellen eisen uitvoert, dan zou toepassing kunnen worden gegeven aan de “tenzij-formulering” in het derde lid van artikel. 3:1:1:2, en zou op grond daarvan de ambtenaar een inschaling in de hogere functieschaal kunnen worden onthouden.

Voorwaarde hierbij is wel, dat het niet goed functioneren kan worden aangetoond, bijvoorbeeld door middel van een formele beoordeling. Tevens is van belang, dat kan worden aangetoond, dat de ambtenaar meerdere keren is gewezen op het niet goed functioneren en in staat is gesteld om wel aan de eisen te voldoen.