Lid 1
Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter eigener beweging of op verlangen van de commissie of haar kamers, dit onderzoek houden.
Lid 2
De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie of haar kamers, het verwerende orgaan en de betrokkene(n) toegezonden.
Lid 3
De leden van de commissie of haar kamers, het verwerend orgaan en de betrokkene(n) kunnen binnen een week na verzending van de in het tweede lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de commissie of haar kamers een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.
Lid 4
Op een nieuwe hoorzitting als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.