Lid 1

Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 25:1:1:12 en eventueel door de commissie, dan wel haar kamers, ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

Lid 2

Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van de wet ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.

Lid 3

Van een besluit tot verdaging ontvangt de commissie of haar kamers en de belanghebbende(n) een afschrift.