Lid 1
Het college kan kamers instellen, op voordracht van de commissie, die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften.
Lid 2
Het college bepaalt het aantal kamers en stellen voor elke kamer vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld.
Lid 3
Elke kamer bestaat uit tenminste 3 leden, te weten:
- - een voorzitter, zijnde plaatsvervangend voorzitter van de commissie;
- - tenminste twee andere leden, zijnde plaatsvervangende leden van de commissie.
Lid 4
De kamer kan beslissen, dat de behandeling van een bezwaarschrift door de commissie zal geschieden.
Lid 5
Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Lid 6
Het college stelt in ieder geval een kamer in ten behoeve van de bezwaarschriften inzake functiewaardering en inzake de Regeling bezwarende omstandigheden.