Lid 1
De bevelvoerders zijn gehouden na ontvangst van een alarmeringsoproep alles te doen om de onder hun leiding staande eenheid zo snel mogelijk te doen uitrukken.
Lid 2
Onmiddellijk na aankomst op de plaats van de brand melden de bevelvoerders zich bij de commandant. Indien deze niet aanwezig is, stellen zij zich in verbinding met de reeds ter plaatse aanwezige, met de leiding belaste bevelvoerder.
Lid 3
Degene die op de plaats van de brand de leiding uitoefent, brengt onmiddellijk na de eerste verkenning de resultaten daarvan ter kennis van de centrale meldingspost.
Lid 4
Bij afwezigheid van de commandant op de plaats van de brand houdt de in het vorig lid bedoelde persoon de centrale meldingspost zoveel mogelijk op de hoogte van het verloop van de brandbestrijdingswerkzaamheden en geeft bericht van de beëindiging daarvan.