Lid 1
De brandweerlieden stellen zich na ontvangst van een oproeping in geval van brand, onmiddellijk onder de bevelen van hun bevelvoerder.
Lid 2
Zij zijn gehouden in geval van actief optreden:
- - het materieel met welks bediening zij belast zijn zo zorgvuldig mogelijk te behandelen;
- - zo goed mogelijk zorg te dragen voor de eigen veiligheid en voor het vermijden van gevaar voor anderen;
- - het toebrengen van onnodige schade te voorkomen;
- - niet onnodig ruimten of erven te betreden;
- - op of in de nabijheid van de plaats van de brand zoveel mogelijk ontvreemdingen te voorkomen en betreding van eigendommen door onbevoegden tegen te gaan, waartoe zij zo nodig de hulp van de politie dienen in te roepen;
- - het terrein of het materieel niet te verlaten dan na daartoe van of namens de commandant toestemming te hebben verkregen.
Lid 3
Na beëindiging van het actief optreden dragen de brandweerlieden zorg voor het verzamelen van het door hen gebruikte materieel, voor het terugvoeren van dit en het overige materieel naar debewaarplaats(en) en voor het opnieuw voor gebruik gereed maken van dit materieel. Van geconstateerde vermissingen geven zij onmiddellijk kennis aan de bevelvoerder onder wiens leiding zij staan.