De aanvrager, kan voor de in artikel 8, vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien

  • - aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of;
  • - problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg (respijtzorg) het uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen.