1.Het districtscollege stelt jaarlijks een ontwerp-begroting op voor het volgend dienstjaar, alsmede een meerjarenraming voor tenminste drie op dat dienstjaar aansluitende jaren. De ramingen in de ontwerp-begroting en de meerjarenraming worden toegelicht.
2.Het districtscollege zendt de ontwerp-begroting zes weken voordat zij door dat college wordt vastgesteld toe aan de raden.
3.De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
4.De raden kunnen bij het districtscollege hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen.
5.Het districtscollege stelt de begroting vast vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
6.Het districtscollege zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.
7.Nadat deze is vastgesteld stuurt het districtscollege de begroting aan de raden die terzake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
8.In de begroting wordt voor elke gemeente aangegeven de verschuldigde bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
9.Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage wordt het nadelig saldo van de begroting dat overblijft na aftrek van de kosten van de regeling officier van dienst over de deelnemende gemeenten verdeeld op basis van het gemiddelde van de verhouding tussen de werkvoorraad preventie en het inwonertal van de gemeenten op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de
vaststelling van de inwoneraantallen worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek terzake bekend gemaakte cijfers.
10.Met betrekking tot het wijzigen van de begroting is het bepaalde in de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing als dit gevolgen heeft voor de door de gemeenten verschuldigde bijdrage.