In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 2.5.8, 2.5.14 en 2.5.28, kan het bevoegd gezag afwijken van de verboden tot bouwen met overschrijding van de voor- en van de achtergevelrooilijn, en van het verbod tot bouwen met overschrijding van de maximale bouwhoogte, indien:
- - er voor het betreffende gebied geen bestemmingsplan of beheersverordening of projectbesluit van kracht is;
- - geen van de aanhoudingsgronden zoals genoemd in artikel 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is;
- - de activiteit in overeenstemming is met in voorbereiding zijnd toekomstig ruimtelijk beleid;
- - de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, en
- - de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.