1. Indien de boete niet is betaald binnen de door het college vastgestelde gestelde termijn, wordt de overtreder schriftelijk aangemaand binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, te betalen.
2. De termijn van betaling wordt in de aanmaning gesteld op veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending daarvan. De belanghebbende wordt daarbij ook gewezen op de betaling van het achterstallig bedrag ineens en de wettelijke rente, die verschuldigd is vanaf de datum van verzuim.
3. Voor de aanmaning wordt een vergoeding, ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 4:113 Algemene wet bestuursrecht in rekening gebracht bij belanghebbende.
4. De bevoegdheid tot invordering vervalt binnen vijf jaren nadat de beschikking inzake oplegging van de boete onherroepelijk is geworden.