Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats:

a. indien het een vervoersvoorziening betreft waar een collectief vervoerssysteem in kan voorzien.

b. indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden, de overtuiging bestaat, dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;

c. indien op grond van de progressiviteit van het ziektebeeld de aangevraagde voorziening zo snel weer door een aangepaste voorziening vervangen dient te worden dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een persoonsgebonden budget.