Een lid van het college dat door de gemeenteraad is aangewezen
tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van
een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de
Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te
doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de
orde zijn. Op zijn verzoek neemt het presidium hiertoe een punt
op de agenda voor de raadsavond op.
Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het
eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 41,
zijn van overeenkomstige toepassing.
Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
van functioneren als zodanig, besluit het presidium over het
toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen,
vastgesteld in artikel 42, zijn van overeenkomstige
toepassing.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op organisaties of
instituties, waarin de raad één van zijn leden of een lid van
het college heeft benoemd.
Hoofdstuk 6
Artikel 46
Verslag en verantwoording
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Tynaarlo 2008