1. 1. In de agenda wordt onderscheid gemaakt tussen een meningvormend en een besluitnemend gedeelte. Beraadslagingen hebben plaats in het meningvormende gedeelte; besluiten worden genomen in het besluitnemende gedeelte.
  2. 2. Bij aanvang van ieder gedeelte van de raadsvergadering stelt de raad de agenda voor dat gedeelte vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, kan de raad bij de vaststelling van de agenda deze wijzigen.
  3. 3. Eén lid van de raad kan 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de voorzitter kenbaar maken, dat hij een onderwerp van de besluitnemende raad in de meningsvormende raad wil behandelen. De raad beslist hierover bij de vaststelling van de agenda.