**1..** De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de instandhouding van een peuterspeelzaal redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met het bepaalde bij deze verordening.
**2..** De toezichthouder onderzoekt na een melding van een uitbreiding van het aantal kindplaatsen, een wijziging als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, of de uitbreiding van een peuterspeelzaal redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met het bepaalde bij deze verordening.
**3..** Onverminderd het eerste en tweede lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met het bepaalde bij deze verordening.
**4..** Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving door een houder van het bepaalde bij deze verordening.
**5..** Uiterlijk tien weken na de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, of melding, als bedoeld in het tweede lid, geeft het college van burgemeester en wethouders een beschikking of tot exploitatie mag worden overgegaan af aan de houder.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8
Onderzoek door de toezichthouder
Onderdeel van Verordening nadere kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Den Haag 2011