**1..** De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal, als bedoeld in artikel 8, vast in een inspectierapport.
**2..** Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij deze verordening gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
**3..** Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.
**4..** De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
**5..** De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar.
**6..** De toezichthouder zendt onverwijld een afschrift van het inspectierapport aan het college van burgemeester en wethouders.
HOOFDSTUK 3
Artikel 9
Vastleggen onderzoeksresultaten
Onderdeel van Verordening nadere kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Den Haag 2011