De privacybeheerder is bevoegd:

a) op grond van het in artikel 24, sub b genoemde toezicht, alle gebruikers, gegevensbeheerder en functionele (applicatie)beheerders van het informatiesysteem aanwijzingen te geven over het privacybeheer;

b) ongevraagd advies uit te brengen over alle procedures en producten die betrekking hebben op het gebruik van gegevens in informatiesystemen, waarbij de persoonlijke levenssfeer in het geding is.