Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen Wet Maatschappelijke Ondersteuning Brunssum 2008

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; Het College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum; Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij de maatschappelijke participatie; Mantelzorg: langdurige ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden, aan een hulpbehoevende door een persoon uit diens directe omgeving, waarbij het verlenen van ondersteuning rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van de huisgenoot overstijgt. Mantelzorg vindt plaats op basis van vrijwilligheid, dat wil zeggen dat de mantelzorger zelf aangeeft in staat te zijn deze ondersteuning te verlenen; Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die maatschappelijke participatie mogelijk maken; Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven; Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt; Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt; ICF: De International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) wordt gehanteerd als uniform begrippenkader, als afwegingskader en als grondslag om de behoefte aan voorzieningen in individuele gevallen vast te stellen of te typeren; Eigen bijdrage: een bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget voor rekening van de persoon met beperkingen komt; Eigen aandeel: een vast te stellen eigen aandeel in de kosten, dat bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de persoon met beperkingen komt; Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de persoon met beperkingen een of meer aan hem te verlenen compenserende voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit te stellen regels van toepassing zijn; Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de persoon met beperkingen en waarop de in deze verordening en het Besluit te stellen regels van toepassing zijn; Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen behorend tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon zonder beperkingen, chronisch psychische problemen en psychosociale problemen, die in vergelijkbare persoonlijke omstandigheden als de persoon met beperkingen verkeert; Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven de voor persoon met beperkingen als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; Besparingsbijdrage: een door de persoon met beperkingen te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat ten gevolge van de verstrekking van een voorziening door de persoon met beperkingen wordt bespaard omdat deze verstrekte voorziening een algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of kan vervangen; Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de persoon met beperkingen duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont; Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is; Norminkomen: de normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar, waarbij deze normen voor een belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder is, en die niet in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de toeslag, genoemd in artikel 25 lid 2 van de Wet werk en bijstand, en de normen van een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwde, die in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de bedragen, genoemd in artikel 23 lid 2 van de Wet werk en bijstand; Inkomen: het bruto-inkomen (incl. vakantietoeslag) van de persoon met beperkingen indien deze 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 van de wet; het gezamenlijk bruto-inkomen (inclusief vakantietoeslag) van de ouders of pleegouders van de persoon met beperkingen indien deze jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 van de wet; het gezamenlijk bruto-inkomen (inclusief vakantietoeslag) van de persoon met beperkingen en zijn echtgenoot indien deze een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 van de wet; Het toepasselijke bruto-inkomen (inclusief vakantietoelage) wordt verminderd met de over dit inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies. Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeenschappelijke basisadministratie staat ingeschreven, dan wel het feitelijke woonadres indien de persoon met beperkingen met een briefadres is ingeschreven; Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorend tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de persoon met beperkingen vanaf de toegang tot de woning te bereiken; Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in dele kan worden verplaatst; Standplaats: een kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn, die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; Besluit: Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Brunssum; Rolstoelvoorziening: voorziening die de persoon met beperkingen in staat stelt zich in en om de woning te verplaatsen en waarvan het rijden de primaire functie is; Leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwde dan wel op grond van artikel 1 lid 2 tot en met 7 van de wet als gehuwd aangemerkte personen, die al dan niet tezamen met een of meer ongehuwde personen duurzaam een huishouden voeren, dan wel uit een meerderjarige ongehuwde persoon die met een of meer ongehuwde minderjarige personen duurzaam een huishouden voert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel