Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen Wet Maatschappelijke Ondersteuning Brunssum 2008

1.. Een individuele voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van maatschappelijke participatie op te heffen of te verminderen; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu is gericht; in het kader van het beleid maatschappelijke ondersteuning geen of onvoldoende algemene voorziening geboden wordt. 2.. Geen voorziening wordt toegekend: indien de voorziening voor een persoon als de persoon met beperkingen algemeen gebruikelijk is; indien de persoon met beperkingen niet woonachtig is in de gemeente Brunssum; voor zover er aan de zijde van de persoon met beperkingen geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de persoon met beperkingen voorafgaand aan het moment van indiening van de aanvraag heeft gemaakt; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de persoon met beperkingen zijn toe te rekenen. 3.. In afwijking van lid 1 onderdeel a kan het college een voorziening hulp bij het huishouden verstrekken indien er geen langdurige noodzaak is. 4.. Er wordt geen woonvoorziening verstrekt indien de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen. 5.. Er wordt geen woonvoorziening of hulp bij het huishouden verstrekt indien de gevraagde voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau van voorzieningen in de sociale woningbouw.

Rechtspraak bij dit artikel