Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Inlichtingenplicht

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand BOL

1.. Indien belanghebbende de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet niet of niet behoorlijk is nagekomen door geen, onjuiste of onvolledige mededelingen te doen, wordt een maatregel opgelegd als bedoeld in lid 2. 2.. Voor de bepaling van de maatregel gelden de volgende regels: vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand indien het benadelingbedrag minder bedraagt dan € 100,- (dus ook bij nul-fraude) tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand indien het benadelingbedrag minder bedraagt dan € 500,- maar meer bedraagt dan of gelijk is aan € 100,- ; tien procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden indien het benadelingbedrag minder bedraagt dan € 2000,- maar meer bedraagt dan of gelijk is aan € 500,-; tien procent van de bijstandsnorm gedurende vier maanden indien het benadelingbedrag minder bedraagt dan € 4000,- maar meer bedraagt dan of gelijk is aan € 2000,-; tien procent van de bijstandsnorm gedurende zes maanden indien het benadelingsbedrag minder bedraagt dan € 6000,- maar meer bedraagt dan € 4000,- 3.. De maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie en blijft definitief achterwege indien het Openbaar Ministerie ter zake strafvervolging heeft ingesteld. 4.. Indien het Openbaar Ministerie besluit niet over te gaan tot vervolging, wordt alsnog een individueel te bepalen maatregel opgelegd, waarbij de zwaarte wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingbedrag analoog aan het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub e van deze verordening

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel