Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Toezicht en handhaving

Onderdeel van Uitvoeringsprogramma tijdelijke reclameuitingen 2010

In deze nota wordt getracht meer duidelijkheid te geven over de toegestane uitingsvormen van zogenaamde tijdelijke reclame voor evenementen. Door de vaststelling van dit beleid kan de verlening van de “tijdelijke reclamevergunning”, op grond van artikel 2.1.5.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Bronckhorst 2008 (verder: APV), beter worden uitgevoerd. Ook wordt nadere invulling gegeven aan de verbodsbepaling van artikel 2.4.2 APV. Naast meer structuur en duidelijkheid over de vergunningverlening, is handhaving van de vergunningvoorschriften en de bestrijding van illegaal geplaatste borden/spandoeken/affiches van groot belang. In dit hoofdstuk van het “uitvoeringsprogramma tijdelijke reclame-uitingen” is te lezen op welke wijze wordt omgegaan met de handhavingsituaties. Juridische grondslag Artikel 1.3 APV Dit artikel regelt, dat een bestuursorgaan kan besluiten een vergunningaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit kan bij een aanvraag voor een vergunning die minder dan acht weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft wordt ingediend. Artikel 2.1.5.1 van de APV Dit artikel verbiedt het om zonder vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Artikel 2.4.2 van de APV Dit artikel verbiedt het de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. Volgens lid vier van dit artikel kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst (verder: college) wel aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. Artikel 125 Gemeentewet jo artikel 5:21 Algemene wet bestuursrecht Het College heeft op grond van artikel 125 Gemeentewet en artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid last onder bestuursdwang op te leggen.“onder bestuursdwang wordt verstaan: het door feitelijk handelen door of vanwege een bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten.” In het licht van dit uitvoeringsprogramma is het college bevoegd door middel van feitelijke handelingen (lees: zelf actie te ondernemen) illegale situaties op te heffen. Het gaat dan om het verwijderen van ‘illegaal’ geplaatste borden/spandoeken/affiches (een bord dat zonder vergunning, of op een verkeerde locatie, is geplaatst). Artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht Voordat het college van burgemeester en wethouders overgaat tot het opleggen van een last onder bestuursdwang, krijgt belanghebbende (die de bestuursdwangbeschikking niet heeft aangevraagd) de mogelijkheid zijn zienswijze naar voren te brengen. Hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht In dit hoofdstuk van de Algemene wet bestuursrecht is de bestuursrechtelijke handhaving geregeld. Op grond van deze regels kan het college optreden als bijvoorbeeld de vergunningsvoorschriften niet worden nageleefd, of een spandoek/bord wordt geplaatst zonder APV-vergunning. Artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht Dit artikel geeft eisen, waaraan de beschikking tot toepassing van bestuursdwang moet voldoen (bijvoorbeeld: beslissing moet op schrift worden gesteld / er moet een begunstigingstermijn worden geboden / beschikking vermeldt welk voorschrift is of wordt overtreden). Gelet op de tijdelijkheid van de reclame-uitingen beschreven in deze nota, zullen de termijn voor indienen zienswijzen en de begunstigingstermijn worden afgestemd op de datum waarop het evenement zal plaatsvinden. Reden van deze (soms) korte termijnen is, dat we illegale situaties willen aanpakken voordat een evenement heeft plaatsgevonden. Het opheffen van een illegale situatie is bij de “tijdelijke evenementen reclame-uitingen” relatief weinig werk, daarom kan worden volstaan met een korte begunstigingstermijn/termijn voor zienswijzen. Artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht geeft het bestuursorgaan de verplichting belanghebbenden te horen, voordat een (bestuursdwang-)beschikking wordt afgegeven. Artikel 4:9 Algemene wet bestuursrecht geeft aan dat het horen als bedoeld in het hiervoor genoemde artikel 4:8 schriftelijk of mondeling kan gebeuren. Het telefonisch horen is een mogelijkheid om aan de hoorplicht te voldoen. De termijn waarbinnen belanghebbende de gelegenheid krijgt om te reageren moet ‘redelijk’ zijn. Wij relateren de termijn voor het indienen van zienswijze (bij schriftelijk horen) aan de datum waarop het evenement zal plaatsvinden. Artikel 5:25 Algemene wet bestuursrecht De kosten van een last onder bestuursdwang kunnen worden verhaald op de overtreder. De organisatie/organisator van een evenement geeft opdracht om een bepaalde reclame-uiting (als bedoeld in deze nota) binnen de grenzen van de gemeente Bronckhorst te plaatsen. De organisatie/organisator is in juridische zin eindverantwoordelijke, daarom wordt ze aangemerkt als overtreder. Artikel 5:30 Algemene wet bestuursrecht In beginsel heeft het college de plicht de meegenomen borden/spandoeken/affiches minimaal dertien weken op te slaan. Na deze periode mag de zaak worden vernietigd. Het tweede lid van artikel 5:30 Algemene wet bestuursrecht geeft de mogelijkheid eerder tot vernietiging over te gaan. Dit kan alleen als redelijkerwijs niet van het college kan worden verwacht, dat zij de zaak dertien weken opslaan. Bij het maken van deze afweging spelen voornamelijk de kosten van verwijdering/opslag/beheer/et cetera ten opzichte van de waarde van de verwijderde en meegevoerde zaak (lees: bord/spandoek) een rol. Artikel 6:198 Burgerlijk Wetboek “Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen.” In dit artikel zijn de rechten en plichten van de zaakwaarnemer geregeld. De gemeente Bronckhorst wordt zaakwaarnemer op het moment dat zij overgaat tot het verwijderen en meevoeren van de reclameborden/spandoeken. Handhavingstraject Door de vaststelling van dit beleid kan de vergunningverlening op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Bronckhorst 2008 (verder: APV) beter worden uitgevoerd. Ook wordt nadere invulling gegeven aan de verbodsbepalingen van o.a. artikel 2.1.5.1 en 2.4.2 van de APV. Naast meer structuur en duidelijkheid over de vergunningverlening, is handhaving van de vergunningvoorschriften en de bestrijding van illegale reclame-uitingen en wildplakken van groot belang. Last onder bestuursdwang of last onder dwangsom De handhaving van bestuursrechtelijke regelgeving kan worden uitgevoerd door oplegging van een last onder bestuursdwang, of het opleggen van een last onder dwangsom. Er wordt een voorkeur uitgesproken voor de last onder dwangsom (hieronder beschreven in handhavingprocedure), maar dat sluit niet uit dat in sommige situaties last onder bestuursdwang meer geschikt is. De hieronder genoemde termijnen en werkwijze kunnen analoog worden toegepast op een last onder bestuursdwang. Het college geeft de voorkeur aan een last onder dwangsom, maar sluit de mogelijkheid van toepassen van last onder bestuursdwang niet uit. Handhavingprocedure Hieronder volgt een uiteenzetting van het handhavingtraject, zoals in beginsel zal worden gevolgd bij handhaving op het gebied van “tijdelijke reclame” en “plakken en kladden” als bedoeld in dit beleid: •  Na constatering van de overtreding wordt contact gezocht met de overtreder, bij voorkeur telefonisch. Tijdens dit telefoongesprek zal worden uitgelegd van welke overtreding sprake is en wat wij voornemens zijn hiertegen te ondernemen. Ook wordt er verzocht om een reactie (lees: mondelinge zienswijze). Van dit telefoongesprek wordt een notitie gemaakt. Mocht het niet mogelijk zijn telefonisch contact met de overtreder op te nemen, zal een schriftelijke vooraankondiging uitgaan. Er wordt een termijn van één tot enkele dagen gegeven voor het indienen van zienswijze (afgestemd op de datum waarop het evenement zal plaatsvinden). Het college kan van horen afzien als de vereiste spoed zich daartegen verzet (openbare, orde, veiligheid) •  I Na constatering van de overtreding wordt aan de overtreder een vooraankondiging last onder dwangsom verzonden. In de vooraankondiging wordt de overtreder op de hoogte gesteld van de overtreding. De overtreder wordt een redelijke begunstigingstermijn gegeven. De begunstigingstermijn varieert tussen de één en drie weken, dit is afhankelijk van de overtreding. Ook de werkzaamheden om de overtreding ongedaan te maken spelen een rol bij de bepaling van de begunstigingstermijn. In de vooraankondiging wordt een termijn van één week na verzending van de vooraankondiging gegeven voor het indienen van een mondelinge of schriftelijke zienswijze. In de vooraankondiging staat ook vermeld of sprake is van een te legaliseren situatie. •  II Na de behandeling van de zienswijze en verstrijken van de begunstigingstermijn volgt een aanschrijving last onder dwangsom. Bij deze aanschrijving wordt een begunstigingstermijn van één tot drie weken gegeven (afgestemd op de overtreding), waarbinnen belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld de overtreding zelf te beëindigen. Als de situatie kan worden gelegaliseerd, zal dat in de aanschrijving worden aangegeven. In een spoedgeval mag het college gemotiveerd van de geformuleerde stappen afwijken. •  III Na de begunstigingstermijn wordt gecontroleerd of de overtreding is beëindigd. Beëindiging kan door het verwijderen van het zonder voorgeschreven vergunning geplaatste reclameobject. Bij een te legaliseren situatie (staat in de vooraankondiging en de aanschrijving) kan een ontvankelijke vergunningaanvraag worden ingediend. Deze vergunningaanvraag beëindigt de geconstateerde overtreding niet. Als een ontvankelijke vergunningsaanvraag wordt ingediend, worden de handhavingsacties tijdelijk stopgezet. Indien de aanvraag wordt afgewezen, zal het traject worden voortgezet. Een overtreding die minder dan acht weken voor de datum waarop het evenement zal plaatsvinden wordt geconstateerd, kan niet meer door het indienen van een ontvankelijke vergunningaanvraag worden gelegaliseerd. Het college van burgemeester en wethouders laat deze aanvragen (die minder dan acht weken voor het evenement binnenkomen) buiten behandeling, daarmee is het legalisatievraagstuk beantwoord. •  IV verbeuren en innen van de dwangsom. Wanneer de overtreding na afloop van de begunstigingstermijn niet is beëindigd, is de dwangsom verbeurd. De situatie wordt dan vastgelegd door nemen van foto’s. Vervolgens wordt overgegaan tot het innen van een dwangsom.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel