Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Betaalbaarstelling en verantwoording

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2011

1. Het persoonsgebonden budget wordt, nadat een besluit op de aanvraag is genomen, uitbetaald en beschikbaar gesteld aan de ondersteuningsvrager, diens wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde. Het is niet zo dat het college (ook als daarom wordt verzocht) het persoonsgebonden budget beheert en op verzoek uitbetaalt aan de door de ondersteuningsvrager uitgekozen leverancier. De ondersteuningsvrager, diens wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde is verantwoordelijk voor de betaling(en). 2. Het persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden wordt vooraf periodiek betaalbaar gesteld en wel per periode van vier weken, voor zover de ondersteuningsvrager conform de beschikking hierop aanspraak kan maken. 3. Het ontvangen van een persoonsgebonden budget houdt in dat de ondersteuningsvrager, diens wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde verantwoordelijk is voor de besteding van het beschikbaar gestelde bedrag voor het doel waarvoor het is toegekend. Het college kan bij beschikking extra voorwaarden stellen. 4. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar, steekproefsgewijs plaats. De steekproef heeft een omvang van minimaal 10% van de verstrekte persoonsgebonden budgetten. 5. Artikel 21 lid 5 van de verordening bepaald dat ten behoeve van de steekproefsgewijze controle van verstrekte persoonsgebonden budgetten de budgethouder verplicht is de noodzakelijke bescheiden aan het college te verstrekken. Wat deze bescheiden zijn, is in de beleidsregels vastgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel