Naar hoofdinhoud
1. Het persoonsgebonden budget wordt teruggevorderd als: het budget niet wordt aangewend voor het doel waarvoor het is verstrekt; de ondersteuningsvrager voordat hij de voorziening heeft aangekocht of besteld overlijdt of verhuist naar een andere gemeente; door een voortschrijdend ziektebeeld de geïndiceerde voorziening niet meer adequaat is en de ondersteuningsvrager met het toegekende budget de voorziening nog niet heeft aangekocht of besteld; de ondersteuningsvrager zich niet houdt aan de voorwaarden waaronder het persoonsgebonden budget is verstrekt 2. Een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden budget kan, zodra deze voorziening niet meer gebruikt wordt, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, door het college worden opgehaald en voor herverstrekking beschikbaar gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel