Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 6

Criteria ontheffing arbeidsplicht

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

1.. Het dagelijks bestuur kan met inachtneming van artikel 9 tweede lid van de WWB, onderscheidenlijk artikel 7a van de IOAW en de IOAZ bepalen dat aan belanghebbende tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de in artikel 5 van deze verordening genoemde verplichtingen wanneer: de combinatie van zorg en arbeid of de combinatie van zorg en voorziening niet mogelijk is voor alleenstaande ouders. Met zorg wordt bedoeld de zorg voor een kind c.q. kinderen. Deze afweging wordt door het dagelijks bestuur, in overleg met een (extern) deskundige gedaan voor wat betreft de duur en de zwaarte van de ontheffing. Maximaal 1 jaar kan ontheffing van de verplichting worden verleend. belanghebbende om psychische dan wel medische redenen niet in staat is om te werken. De zwaarte van de belemmering bepaalt de geheel of gedeeltelijke ontheffing. De duur wordt bepaald door het dagelijks bestuur, in overleg met een (extern) deskundige. De maximale ontheffing bedraagt 3 jaar. 2.. Ontheffing van de arbeidsplicht wordt slechts voor een door het dagelijks bestuur vast te stellen periode verleend. 3.. Op basis van een herbeoordeling kan het dagelijks bestuur besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel