Naar de inhoud

Beslisboom

Is de bestuurder persoonlijk aansprakelijk?

De schulden van een BV zijn van de BV. Deze beslisboom gaat na of de bestuurder toch persoonlijk moet betalen. Dat kan tegenover de boedel na een faillissement, tegenover de vennootschap of tegenover een schuldeiser.

Deze beslisboom hoort bij het thema Bestuurdersaansprakelijkheid en faillissement.

Alle stappen lezen

Stap 1. Is de vennootschap failliet verklaard?

De rechter verklaart een schuldenaar failliet als hij heeft opgehouden te betalen (art. 1 Fw). Vanaf de dag van de uitspraak beheert de curator het vermogen (art. 23 Fw en art. 68 Fw). Alleen na een faillietverklaring kan de curator een vordering instellen op grond van art. 2:248 BW.

Stap 2. Wie wil de bestuurder aanspreken, en waarvoor?

De vordering wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur gaat over het tekort in de boedel. Die vordering hoort bij de curator (art. 2:248 BW, lid 1). De curator kan daarnaast de vordering van de vennootschap wegens onbehoorlijk bestuur instellen (lid 8, met art. 2:9 BW). Een schuldeiser die zijn eigen schade wil verhalen, gebruikt de onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).

  • De curator, voor het tekort in de boedel: ga naar stap 3
  • De curator, voor schade van de vennootschap: ga naar stap 12
  • Een schuldeiser, voor zijn eigen schade: ga naar stap 9

Stap 3. Heeft het bestuur de administratieplicht of de plicht om de jaarrekening openbaar te maken geschonden?

Het bestuur moet een administratie voeren waaruit de rechten en verplichtingen steeds blijken (art. 2:10 BW). De jaarrekening moet bij het handelsregister worden gedeponeerd, uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar (art. 2:394 BW). Een onbelangrijk verzuim telt niet mee. Kies dan Nee.

Stap 4. Heeft het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld?

Kennelijk onbehoorlijk is meer dan een verkeerde zakelijke keuze. De rechter kijkt of een redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo zou hebben gehandeld. Het gaat om het bestuur als geheel. De curator kan alleen klagen over bestuur in de drie jaren voor het faillissement (art. 2:248 BW, lid 6).

Stap 5. Is het aannemelijk dat dit bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is?

Het onbehoorlijke bestuur hoeft niet de enige oorzaak te zijn. Het moet wel een belangrijke oorzaak zijn (art. 2:248 BW, lid 1). De curator moet dat aannemelijk maken.

Stap 6. Maakt de bestuurder aannemelijk dat het faillissement door andere oorzaken kwam?

Bij een schending van art. 2:10 BW of art. 2:394 BW staat de onbehoorlijke taakvervulling vast. Ook wordt vermoed dat die een belangrijke oorzaak van het faillissement is (art. 2:248 BW, lid 2). De bestuurder kan het vermoeden over de oorzaak weerleggen. De onbehoorlijke taakvervulling zelf kan hij niet weerleggen. Hij moet dan aannemelijk maken dat andere feiten het faillissement veroorzaakten en niet het onbehoorlijke bestuur.

Stap 7. Bewijst deze bestuurder dat het onbehoorlijke bestuur hem niet te verwijten is en dat hij maatregelen nam?

Een bestuurder is niet aansprakelijk als hij bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem te wijten is. Hij moet ook bewijzen dat hij niet nalatig was in het afwenden van de gevolgen (art. 2:248 BW, lid 3). Beide eisen gelden samen.

Stap 8. Wie heeft de schade geleden?

Een bestuurder is tegenover de vennootschap verantwoordelijk voor een behoorlijke taakvervulling (art. 2:9 BW). Tegenover een schuldeiser kan hij alleen aansprakelijk zijn als hij zelf onrechtmatig handelde (art. 6:162 BW).

  • De vennootschap zelf: ga naar stap 12
  • Een schuldeiser van de vennootschap: ga naar stap 9

Stap 9. Wist de bestuurder, of moest hij begrijpen, dat de vennootschap niet zou betalen en geen verhaal zou bieden?

Blijft een schuld van de vennootschap onbetaald, dan is de bestuurder alleen aansprakelijk als hem een ernstig verwijt treft. Dat is zo als hij wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de vennootschap niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden. Het is genoeg dat hij daar ernstig rekening mee moest houden (ECLI:NL:HR:2014:829).

Stap 10. De bestuurder is tegenover de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort. De curator kan hem voor het hele bedrag aanspreken dat de overige baten niet dekken. De rechter kan het bedrag verminderen als het hem bovenmatig voorkomt. Wie het beleid bepaalde alsof hij bestuurder was, is op dezelfde manier aansprakelijk.

Deze uitkomst rust op

Stap 11. De curator kan deze bestuurder niet aansprakelijk stellen voor het tekort op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De curator kan wel nagaan of de vennootschap schade leed door onbehoorlijk bestuur van deze bestuurder. Ook kan hij rechtshandelingen van vlak voor het faillissement vernietigen als die de schuldeisers benadeelden.

Deze uitkomst rust op

Stap 12. De vennootschap kan de bestuurder aanspreken op onbehoorlijke taakvervulling. Na een faillissement doet de curator dat. De bestuurder is voor het geheel aansprakelijk, tenzij hem mede gelet op de taakverdeling geen ernstig verwijt treft. Hij moet dan ook aantonen dat hij niet nalatig was in het afwenden van de gevolgen.

Deze uitkomst rust op

Stap 13. De schuldeiser kan de bestuurder persoonlijk aanspreken voor zijn schade op grond van onrechtmatige daad. De schuldeiser moet de feiten stellen en zo nodig bewijzen. Of de bestuurder het moest begrijpen, beoordeelt de rechter naar de omstandigheden op het moment van zijn handelen.

Deze uitkomst rust op

Stap 14. Voor het enkele onbetaald blijven van de schuld is de bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk. Is de vennootschap failliet, dan meld je je vordering bij de curator. Deed de bestuurder zelf iets anders onrechtmatigs, dan geldt de gewone toets van de onrechtmatige daad. Een ernstig verwijt is dan niet nodig.

Deze uitkomst rust op