Beslisboom
Is er een onrechtmatige daad?
Deze beslisboom toetst de voorwaarden van een onrechtmatige daad in de volgorde van de wet. Het gaat om de gedraging, rechtvaardiging, toerekening, schade, causaal verband en relativiteit. Bij elke voorwaarde die ontbreekt, zegt de uitkomst wat dat betekent.
Deze beslisboom hoort bij het thema Onrechtmatige daad.
Alle stappen lezen
Stap 1. Wat deed de ander?
Onrechtmatig is een inbreuk op een recht, of een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht art. 6:162 BW. Ook strijd met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, is onrechtmatig. Een recht is bijvoorbeeld eigendom of het recht op lichamelijke integriteit. De derde soort is een open norm. Bij gevaarlijk gedrag kijkt de rechter onder meer naar de maatstaven uit het Kelderluik-arrest.
Stap 2. Had de ander een rechtvaardigingsgrond?
Een gedraging is niet onrechtmatig als er een rechtvaardigingsgrond is art. 6:162 BW. De wet noemt geen voorbeelden. In de praktijk gaat het onder meer om noodweer en het uitvoeren van een wettelijk voorschrift.
Stap 3. Kun je de daad aan de dader toerekenen?
Een daad kan worden toegerekend als zij te wijten is aan schuld van de dader art. 6:162 BW. Dat kan ook als de oorzaak volgens de wet of de verkeersopvattingen voor zijn rekening komt. Een kind onder de 14 kan een daad niet worden toegerekend art. 6:164 BW.
Stap 4. Heeft de benadeelde schade geleden?
De dader moet de schade vergoeden die de ander door de daad lijdt art. 6:162 BW. Zonder schade is er niets te vergoeden. De benadeelde moet de feiten in beginsel bewijzen art. 150 Rv.
Stap 5. Zou de schade ook zonder de daad zijn ontstaan?
De schade moet het gevolg zijn van de daad art. 6:162 BW. Eerst toets je of de schade zonder de daad zou zijn uitgebleven. Dat is het condicio sine qua non-verband. Welke schade de dader daarna moet vergoeden, bepaalt art. 6:98 BW.
Stap 6. Strekt de geschonden norm tot bescherming tegen deze schade van deze benadeelde?
Er is geen plicht tot schadevergoeding als de geschonden norm niet beschermt tegen de schade die de benadeelde leed art. 6:163 BW. De rechter kijkt naar het doel en de strekking van de norm. Welke personen, welke schade en welke manier van ontstaan wil de norm beschermen? Die vraag speelt vooral bij een wettelijke plicht.
Stap 7. Er is geen onrechtmatige daad, dus geen plicht tot schadevergoeding op deze grond. Kijk of er een andere grondslag is, zoals een overeenkomst of een risicoaansprakelijkheid.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 162, Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 2 noemt de drie soorten onrechtmatige gedragingen. Valt de gedraging daar niet onder, dan is zij niet onrechtmatig.
Stap 8. De gedraging is niet onrechtmatig, omdat er een rechtvaardigingsgrond is. Of een beroep daarop slaagt, hangt af van de feiten en van de verhouding tussen de gedraging en het doel.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 162, Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 2 maakt een uitzondering voor de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
Stap 9. De dader is niet aansprakelijk op deze grond, omdat de daad hem niet kan worden toegerekend. Kijk of een ander voor hem aansprakelijk is, zoals een ouder of degene in wiens dienst hij werkte.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 162, Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 3 vraagt schuld, of een oorzaak die volgens de wet of de verkeersopvattingen voor rekening van de dader komt.
Stap 10. Het kind zelf is niet aansprakelijk, omdat het jonger is dan 14. De ouder of voogd kan wel aansprakelijk zijn, als het kind iets deed dat zonder zijn leeftijd onrechtmatig zou zijn. Een nalaten van het kind valt daar niet onder.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 164, Burgerlijk Wetboek Boek 6
De gedraging van een kind onder de 14 kan hem niet als onrechtmatige daad worden toegerekend.
- Artikel 169, Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 1 maakt de ouder of voogd aansprakelijk voor een doen van een kind onder de 14.
Stap 11. Er is geen schadevergoeding, omdat er geen schade is. Kan de benadeelde later wel schade aantonen, toets dan opnieuw vanaf deze stap.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 162, Burgerlijk Wetboek Boek 6
De plicht tot vergoeding geldt voor de schade die de ander door de daad lijdt.
Stap 12. Er is geen schadevergoeding, omdat de schade niet het gevolg is van de daad. Hoe de rechter dat beoordeelt, hangt af van hoe goed elke partij haar stelling onderbouwt.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 162, Burgerlijk Wetboek Boek 6
De dader vergoedt de schade die de ander dientengevolge lijdt.
- Artikel 150, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Wie zich op het causaal verband beroept, moet het in beginsel bewijzen.
Stap 13. Er is geen plicht tot schadevergoeding, ook al was de daad onrechtmatig. De geschonden norm beschermt deze benadeelde niet tegen deze schade. Kijk of de ander nog een andere norm schond die dat wel doet.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 163, Burgerlijk Wetboek Boek 6
De geschonden norm moet strekken tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die leed.
Stap 14. De dader is aansprakelijk en moet de schade vergoeden. Welke schade hij vergoedt, hangt af van wat de rechter hem als gevolg van de daad kan toerekenen.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 162, Burgerlijk Wetboek Boek 6
Aan alle voorwaarden voor een onrechtmatige daad is voldaan.
- Artikel 98, Burgerlijk Wetboek Boek 6
De rechter rekent schade toe mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade.
- Artikel 163, Burgerlijk Wetboek Boek 6
De geschonden norm beschermt tegen deze schade.