Naar de inhoud

Beslisboom

Is er een overeenkomst tot stand gekomen?

Deze beslisboom loopt de voorwaarden van een overeenkomst een voor een langs. Het gaat om het aanbod, de herroeping, het vervallen, een afwijkend antwoord en vertrouwen. De uitkomst is een richting. De rechter kijkt altijd naar de omstandigheden van het geval.

Deze beslisboom hoort bij het thema Totstandkoming van een overeenkomst.

Alle stappen lezen

Stap 1. Deed een partij een voorstel dat zo bepaald was dat de ander alleen nog 'ja' hoefde te zeggen?

Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan art. 6:217 BW. Een aanbod noemt alles wat nodig is, zoals de zaak en de prijs. Een advertentie is in de regel geen aanbod maar een uitnodiging om te onderhandelen. De rechter legt de mededeling wel uit in het licht van de omstandigheden. Op een veilingsite kan een aanbieding daarom toch een aanbod zijn.

  • Ja, een bepaald voorstel: ga naar stap 2
  • Nee, een advertentie of uitnodiging: ga naar stap 8

Stap 2. Trok de aanbieder zijn aanbod in voordat de ander aanvaardde of een aanvaarding verstuurde?

De aanbieder kan zijn aanbod herroepen zolang het niet is aanvaard en er geen aanvaarding is verzonden art. 6:219 BW. Noemt het aanbod een termijn voor de aanvaarding, dan kan hij het niet herroepen. Dat geldt ook als op een andere manier uit het aanbod volgt dat het onherroepelijk is.

  • Nee: ga naar stap 3
  • Ja, en het aanbod noemde geen termijn: ga naar stap 9
  • Ja, maar het aanbod noemde een termijn: ga naar stap 3

Stap 3. Aanvaardde de ander op tijd, zonder het aanbod eerst af te wijzen?

Een mondeling aanbod vervalt als het niet meteen wordt aanvaard. Een schriftelijk aanbod vervalt als het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard art. 6:221 BW. Noemt het aanbod een termijn, dan kijk je naar die termijn art. 6:217 BW. Een aanbod vervalt ook als de ander het verwerpt.

  • Ja: ga naar stap 4
  • Nee, te laat of eerst afgewezen: ga naar stap 10

Stap 4. Week het antwoord af van het aanbod?

Een aanvaarding die afwijkt, geldt als een nieuw aanbod en als verwerping van het oude art. 6:225 BW. Wijkt het antwoord alleen op ondergeschikte punten af, dan geldt het wel als aanvaarding. Een andere prijs of een andere zaak is geen ondergeschikt punt.

  • Nee: ga naar stap 6
  • Ja, alleen op ondergeschikte punten: ga naar stap 5
  • Ja, op een wezenlijk punt: ga naar stap 11

Stap 5. Maakte de aanbieder meteen bezwaar tegen de verschillen?

Bij een afwijking op ondergeschikte punten komt de overeenkomst tot stand op de voorwaarden van het antwoord art. 6:225 BW. Dat geldt niet als de aanbieder onverwijld bezwaar maakt tegen de verschillen.

Stap 6. Bedoelden beide partijen wat zij verklaarden?

Een rechtshandeling vraagt een wil die gericht is op een rechtsgevolg en die blijkt uit een verklaring art. 3:33 BW. Typt een verkoper per vergissing een te lage prijs, dan ontbreekt bij hem de wil voor die prijs.

  • Ja: ga naar stap 12
  • Nee, wil en verklaring liepen uiteen: ga naar stap 7

Stap 7. Mocht de ander de verklaring onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs zo opvatten?

Mocht je een verklaring redelijkerwijs zo opvatten? Dan kan de ander zich niet beroepen op het ontbreken van zijn wil art. 3:35 BW. De rechter kijkt naar de omstandigheden. Een prijs die veel te laag is, maakt dat vertrouwen minder snel gerechtvaardigd.

Stap 8. Er is geen overeenkomst, want er is geen aanbod om te aanvaarden. Je reactie op de advertentie is zelf het aanbod, en de adverteerder kan dat aanvaarden of afwijzen.

Deze uitkomst rust op

Stap 9. Er is geen overeenkomst, want de aanbieder herriep zijn aanbod op tijd. Wil je toch contracteren, doe dan zelf een nieuw aanbod.

Deze uitkomst rust op

Stap 10. Er is geen overeenkomst, want het aanbod was al vervallen. Wil je toch contracteren, dan is er een nieuw aanbod nodig dat de ander aanvaardt.

Deze uitkomst rust op

Stap 11. Er is nog geen overeenkomst. Het afwijkende antwoord is een nieuw aanbod, en de eerste aanbieder kan dat nu aanvaarden of afwijzen.

Deze uitkomst rust op

Stap 12. Er is een overeenkomst tot stand gekomen. Beide partijen zijn eraan gebonden, ook als een van hen later van gedachten verandert.

Deze uitkomst rust op

Stap 13. Er is een overeenkomst, ook al ontbrak de wil bij een van de partijen. Die partij kan zich niet op het ontbreken van haar wil beroepen, omdat de ander op de verklaring mocht vertrouwen.

Deze uitkomst rust op

Stap 14. Er is waarschijnlijk geen overeenkomst, want de wil ontbrak en de ander mocht niet op de verklaring vertrouwen. Hoe de rechter oordeelt, hangt af van wat de ander wist of had moeten begrijpen.

Deze uitkomst rust op