Beslisboom
Mag ik een ademtest vorderen?
Deze beslisboom volgt de stappen van een controle op alcohol of drugs in het verkeer. Je begint bij het voorlopig onderzoek zonder verdenking en eindigt bij de ademanalyse of het bloedonderzoek. Bij elke uitkomst staat wat je daarna doet als de bestuurder weigert.
Deze beslisboom hoort bij het thema Verkeerscontrole en rijden onder invloed.
Alle stappen lezen
Stap 1. Bestuurt de persoon een voertuig, of maakt hij aanstalten om te gaan rijden?
Een opsporingsambtenaar uit artikel 141 of 142 Sv mag een voorlopig onderzoek vorderen art. 160 WVW. De plicht om mee te werken geldt voor de bestuurder en voor wie aanstalten maakt om te gaan rijden. Ze geldt ook voor de begeleider. Een passagier valt er niet onder.
Stap 2. Controleer je op alcohol of op drugs?
Voor alcohol vorder je een voorlopig onderzoek van de uitgeademde lucht. Voor drugs vorder je een onderzoek van het speeksel art. 160 WVW. Voor geen van beide heb je een verdenking nodig. Vermoed je een andere stof, zoals medicijnen? Dan kun je een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties vorderen.
Stap 3. Wat is de uitslag van het voorlopig ademonderzoek?
De bestuurder moet op je eerste vordering meewerken en je aanwijzingen opvolgen art. 160 WVW. De grens voor alcohol staat in art. 8 WVW. Die grens is 220 microgram per liter uitgeademde lucht. Voor een beginnende bestuurder is dat 88 microgram. Een uitslag boven de grens geeft meestal een verdenking.
Stap 4. Wat is de uitslag van de speekseltest?
De speekseltest is een voorlopig onderzoek naar de drugs die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen art. 160 WVW. De test meet niet het gehalte in het bloed. Een positieve uitslag geeft het vermoeden dat de bestuurder onder invloed is. Dat vermoeden opent de weg naar het bloedonderzoek art. 163 WVW.
Stap 5. Wat gebeurt er als je de ademanalyse beveelt?
Bij een verdenking van rijden onder invloed mag de opsporingsambtenaar een ademanalyse bevelen art. 163 WVW. De bestuurder moet in het apparaat blazen en de aanwijzingen opvolgen. Die plicht geldt niet als blazen om bijzondere medische redenen onwenselijk is. Lukt het onderzoek niet, dan ga je naar het bloedonderzoek.
Stap 6. Geeft de verdachte toestemming voor een bloedonderzoek?
De opsporingsambtenaar mag om toestemming voor een bloedonderzoek vragen art. 163 WVW. Dat mag bij een medische reden, bij een ademanalyse die niet is voltooid en bij een vermoeden van drugs. Weigert de verdachte, dan kan een bevel volgen. Kan hij zijn wil niet kenbaar maken, dan geldt een aparte regeling.
Stap 7. Je kunt geen voorlopig onderzoek vorderen van iemand die geen bestuurder, aankomend bestuurder of begeleider is. Of iemand die net is uitgestapt nog bestuurder is, hangt af van de omstandigheden. Heb je een verdenking dat hij onder invloed heeft gereden, dan kun je de ademanalyse bevelen.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 160, Wegenverkeerswet 1994
Het voorlopig onderzoek geldt voor de bestuurder, wie aanstalten maakt en de begeleider.
- Artikel 163, Wegenverkeerswet 1994
De ademanalyse bij een verdenking van rijden onder invloed.
Stap 8. De test geeft geen verdenking. Laat de bestuurder verder rijden, tenzij andere feiten wijzen op rijden onder invloed. Dan kun je een onderzoek van de psychomotorische functies vorderen, of een rijverbod opleggen als hij niet behoorlijk kan rijden.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 160, Wegenverkeerswet 1994
Het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties.
- Artikel 162, Wegenverkeerswet 1994
Het rijverbod kan ook volgen uit wat je op een andere manier waarneemt.
Stap 9. Wie weigert mee te werken aan een voorlopig ademonderzoek of een speekseltest, pleegt een strafbaar feit. Maak daarvan proces-verbaal op. Wijzen andere feiten op invloed, zoals de rijstijl of de geur van alcohol? Dan kan er een verdenking zijn, en dan kun je de ademanalyse bevelen of om een bloedonderzoek vragen. Of er een verdenking is, hangt af van de omstandigheden.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 177, Wegenverkeerswet 1994
Het niet naleven van artikel 160 is strafbaar.
- Artikel 160, Wegenverkeerswet 1994
De plicht om mee te werken aan het voorlopig onderzoek.
- Artikel 163, Wegenverkeerswet 1994
De ademanalyse en het bloedonderzoek bij een verdenking.
Stap 10. Is de uitslag hoger dan de grens, dan maak je proces-verbaal op voor rijden onder invloed. Boven 570 microgram per liter, of 350 bij een beginner, vorder je het rijbewijs in. Kan de bestuurder niet behoorlijk rijden, leg dan een rijverbod op van ten hoogste 24 uur.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 8, Wegenverkeerswet 1994
De grenzen voor alcohol in adem en bloed.
- Artikel 164, Wegenverkeerswet 1994
De invordering van het rijbewijs bij een hoog alcoholgehalte.
- Artikel 162, Wegenverkeerswet 1994
Het rijverbod voor de tijd dat de invloed naar verwachting duurt.
Stap 11. Wie weigert te blazen voor de ademanalyse, pleegt een strafbaar feit. Maak daarvan proces-verbaal op en vorder het rijbewijs in. Leg een rijverbod op als de bestuurder niet behoorlijk kan rijden.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 176, Wegenverkeerswet 1994
Het weigeren van de ademanalyse is strafbaar.
- Artikel 164, Wegenverkeerswet 1994
Na een weigering moet je het rijbewijs invorderen.
- Artikel 162, Wegenverkeerswet 1994
Het rijverbod van ten hoogste 24 uur.
Stap 12. Laat een arts of verpleegkundige bloed afnemen voor het onderzoek. Leg het verloop vast in je proces-verbaal. Kan de bestuurder intussen niet behoorlijk rijden, leg dan een rijverbod op.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 163, Wegenverkeerswet 1994
Het bloedonderzoek met toestemming van de verdachte.
- Artikel 162, Wegenverkeerswet 1994
Het rijverbod van ten hoogste 24 uur.
Stap 13. De officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een aangewezen politieambtenaar kan een bloedonderzoek bevelen. Ben jij dat niet, vraag het bevel dan aan een van hen. De verdachte moet het bevel opvolgen. Weigert hij, dan pleegt hij een strafbaar feit en vorder je het rijbewijs in.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 163, Wegenverkeerswet 1994
Wie het bevel tot bloedonderzoek mag geven en de plicht om mee te werken.
- Artikel 176, Wegenverkeerswet 1994
Het weigeren van het bloedonderzoek is strafbaar.
- Artikel 164, Wegenverkeerswet 1994
Na een weigering moet je het rijbewijs invorderen.
Stap 14. Met toestemming van de officier van justitie, een hulpofficier of een aangewezen politieambtenaar mag een arts of verpleegkundige bloed afnemen. Dat mag niet als het om medische redenen onwenselijk is. Het bloed wordt pas onderzocht als de verdachte de kans kreeg toestemming te geven. Weigert hij daarna zijn medewerking, dan wordt het bloed vernietigd.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 163, Wegenverkeerswet 1994
De regeling voor een verdachte die zijn wil niet kenbaar kan maken.