Beslisboom
Mag ik deze persoon fouilleren?
Voor elke fouillering heb je een wettelijke grondslag nodig. Deze beslisboom zoekt die grondslag met je op. Je kijkt naar aanhouding, vervoer, gevaar, een veiligheidsrisicogebied, wapens, drugs en de identiteit.
Deze beslisboom hoort bij het thema Onderzoek aan kleding en lichaam.
Alle stappen lezen
Stap 1. In welke situatie wil je de persoon fouilleren?
De situatie bepaalt welke grondslag je hebt. Na een aanhouding gaat het om onderzoek voor bewijs art. 56 Sv. Bij vervoer of insluiting gaat het om de veiligheid art. 7 lid 4 Pw. Is er geen aanhouding en geen vervoer, dan zoek je verder naar een andere grondslag.
Stap 2. Zijn er ernstige bezwaren tegen de aangehouden verdachte?
Na een aanhouding mag iedere opsporingsambtenaar de verdachte aan zijn kleding onderzoeken als er ernstige bezwaren tegen hem zijn art. 56 lid 4 Sv. Ernstige bezwaren is een zwaardere eis dan een redelijk vermoeden van schuld. Als die bezwaren er niet zijn, kun je een andere grondslag gebruiken, bijvoorbeeld voor het vervoer.
Stap 3. Blijkt uit feiten of omstandigheden dat onmiddellijk gevaar dreigt voor iemands leven of veiligheid?
Een politieambtenaar mag iemand aan zijn kleding en spullen onderzoeken als onmiddellijk gevaar dreigt art. 7 lid 3 Pw. Het gaat om het leven of de veiligheid van die persoon, van jou of van anderen. Dat moet blijken uit feiten of omstandigheden, zoals een zichtbaar mes of een dreigende opmerking. Het onderzoek moet nodig zijn om het gevaar af te wenden.
Stap 4. Ben je in een veiligheidsrisicogebied waarvoor een geldig bevel van de officier van justitie geldt?
De burgemeester wijst een veiligheidsrisicogebied aan als de raad hem die bevoegdheid heeft gegeven art. 151b Gemw. Daarna kan de officier van justitie bevelen dat iedereen in dat gebied op wapens mag worden onderzocht art. 52 lid 3 WWM. Het bevel noemt het gebied en geldt ten hoogste 12 uur. Zonder dat bevel mag je niet preventief fouilleren.
Stap 5. Gaat het om wapens of om drugs?
Voor wapens moet er redelijkerwijs aanleiding zijn art. 52 WWM. Die volgt uit een strafbaar feit met wapens of uit een overtreding van artikel 13, 26 of 27 WWM. Aanwijzingen dat zo'n feit zal worden gepleegd, tellen ook. Voor drugs moet de persoon verdachte zijn van een Opiumwetmisdrijf, met ernstige bezwaren tegen hem art. 9 Opw.
Stap 6. Is de persoon een staande gehouden of aangehouden verdachte, en kun je zijn identiteit niet vaststellen?
Een opsporingsambtenaar mag een staande gehouden of aangehouden verdachte aan zijn kleding en spullen onderzoeken art. 55b Sv. Dat mag voor zover het nodig is voor zijn identiteit. Het doel is alleen het vinden van papieren waaruit zijn identiteit blijkt.
Stap 7. Je mag de aangehouden verdachte aan zijn kleding onderzoeken. Een onderzoek aan zijn lichaam kan de hulpofficier of de officier van justitie bepalen. Een onderzoek in zijn lichaam bepaalt alleen de officier, en een arts voert het uit op een besloten plaats.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 56, Wetboek van Strafvordering
Lid 4 regelt het onderzoek aan de kleding, lid 1 en 2 het onderzoek aan en in het lichaam. Lid 3 eist een besloten plaats.
Stap 8. Je mag de persoon voor vervoer of insluiting aan zijn kleding en spullen onderzoeken op voorwerpen die gevaarlijk kunnen zijn. Neem gevaarlijke voorwerpen in bewaring. Laat het onderzoek zo mogelijk doen door iemand van hetzelfde geslacht.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 7, Politiewet 2012
Het onderzoek van een te vervoeren of in te sluiten persoon op gevaarlijke voorwerpen.
- Artikel 28, Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren
Artikel 28 van de Ambtsinstructie regelt het aftasten en doorzoeken direct voor de insluiting, met een rapport voor de hulpofficier.
Stap 9. Je mag de persoon aan zijn kleding en zijn spullen onderzoeken om het gevaar af te wenden. Zoek naar wat gevaarlijk is, niet naar bewijs. Ga niet verder dan nodig is en blijf redelijk en gematigd.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 7, Politiewet 2012
De veiligheidsfouillering bij onmiddellijk gevaar, binnen de grens van redelijk en gematigd uit lid 7.
Stap 10. Je mag iedereen in het gebied aan zijn kleding onderzoeken op wapens en munitie, ook zonder verdenking. Blijf binnen het gebied en de tijd uit het bevel. Zoek alleen naar wapens en munitie.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 52, Wet wapens en munitie
Het bevel van de officier om iedereen in een veiligheidsrisicogebied op wapens te onderzoeken, voor ten hoogste 12 uur.
- Artikel 151b, Gemeentewet
De aanwijzing van het veiligheidsrisicogebied door de burgemeester.
Stap 11. Je mag de persoon aan zijn kleding onderzoeken op wapens. Leg vast welke feiten je aanleiding gaven. Een wapen dat je vindt, mag je in beslag nemen.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 52, Wet wapens en munitie
Lid 2 geeft het onderzoek aan de kleding bij redelijke aanleiding, lid 1 de inbeslagneming.
Stap 12. Je mag de verdachte aan zijn kleding onderzoeken. Leg vast waaruit de ernstige bezwaren bestaan. Drugs die je vindt, mag je in beslag nemen.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 9, Opiumwet
Lid 2 geeft het onderzoek aan de kleding bij ernstige bezwaren, lid 3 de inbeslagneming.
Stap 13. Je mag de verdachte aan zijn kleding en spullen onderzoeken, voor zover dat nodig is voor zijn identiteit. Doe dat in het openbaar alleen als hij anders papieren kan wegmaken. Als je het in het openbaar doet, maak je proces-verbaal op.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 55b, Wetboek van Strafvordering
De identiteitsfouillering bij een staande gehouden of aangehouden verdachte.
Stap 14. Je mag deze persoon niet fouilleren, want je hebt geen grondslag. Je kunt hem wel vragen stellen. Als later gevaar dreigt of een verdenking ontstaat, kijk dan opnieuw welke bevoegdheid je hebt.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 11, Grondwet
Het lichaam is onaantastbaar, behalve waar de wet een beperking toestaat.