Naar de inhoud
Strafrecht

Onderzoek aan kleding en lichaam

Wanneer mag je iemand fouilleren, en hoe ver mag je gaan? Dit thema behandelt fouilleren voor veiligheid en identiteit, onderzoek na aanhouding, preventief fouilleren en fouilleren bij wapens en drugs.

Waar gaat dit over

Je houdt na een vechtpartij bij een festival een jongeman aan. Voordat je hem in de bus zet, wil je weten of hij een mes bij zich heeft. Een andere avond sta je in een uitgaansgebied waar de gemeente een probleem met wapens heeft. Daar mag je soms iedereen op wapens onderzoeken, ook mensen die nergens van worden verdacht.

Fouilleren raakt aan het recht op onaantastbaarheid van het lichaam. Daarom heb je voor elke fouillering een wettelijke grondslag nodig. Welke grondslag dat is, hangt af van het doel. Je wilt gevaar afwenden, de identiteit vaststellen, bewijs vinden of wapens en drugs opsporen. Het doel bepaalt ook wie het onderzoek mag doen en hoe ver het mag gaan.

Wat de wet zegt

Het grondrecht

Ieder heeft recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam art. 11 Gw. Dat recht mag alleen worden beperkt bij of krachtens de wet. Elke bevoegdheid hieronder is zo'n beperking. Als je een bevoegdheid gebruikt zonder dat aan de voorwaarden is voldaan, schend je dit grondrecht.

Veiligheidsfouillering bij gevaar

Een politieambtenaar mag iemand aan zijn kleding onderzoeken art. 7 lid 3 Pw. Hij mag ook de voorwerpen onderzoeken die de persoon bij zich draagt. De voorwaarde is dat uit feiten of omstandigheden blijkt dat onmiddellijk gevaar dreigt. Het gaat om gevaar voor het leven of de veiligheid van de persoon, van jou of van anderen. Het doel is dat gevaar af te wenden. Het onderzoek moet daarvoor noodzakelijk zijn, en redelijk en gematigd blijven art. 7 Pw. Je hebt deze bevoegdheid alleen terwijl je een andere bevoegdheid of een taak uitvoert, zoals een aanhouding of een controle.

Bij vervoer en insluiting

Een politieambtenaar mag een persoon die hij gaat vervoeren of insluiten aan zijn kleding onderzoeken art. 7 lid 4 Pw. Hij zoekt dan naar voorwerpen die gevaarlijk kunnen zijn voor de persoon zelf of voor anderen. Voor deze fouillering hoeft er geen concreet gevaar te dreigen.

Artikel 28 van de Ambtsinstructie werkt dit uit voor de insluiting. Direct voor de insluiting tast de ambtenaar de kleding af en doorzoekt hij die. Gevaarlijke voorwerpen neemt hij in bewaring. Het onderzoek gebeurt zoveel mogelijk door iemand van hetzelfde geslacht. De ambtenaar maakt er een rapport van voor de hulpofficier van justitie. Onderzoek aan het lichaam van een ingeslotene mag alleen als de leiding dat bepaalt art. 7 lid 5 Pw. Dat is het hoofd van het territoriale onderdeel, zijn plaatsvervanger of de ambtenaar die de zorg voor ingeslotenen leidt. Onderzoek in het lichaam van een ingeslotene bepaalt de officier van justitie art. 7 lid 6 Pw. Dat mag alleen bij ernstig gevaar voor de orde, de veiligheid of de gezondheid. Een arts of een verpleegkundige in opdracht van de arts voert het uit.

Identiteitsfouillering

Een opsporingsambtenaar mag een staande gehouden of aangehouden verdachte aan zijn kleding onderzoeken art. 55b Sv. Hij mag ook diens spullen onderzoeken. Het doel is alleen het vaststellen van de identiteit, en het onderzoek gaat niet verder dan daarvoor nodig is. In het openbaar mag dit alleen als het nodig is om te voorkomen dat de verdachte papieren wegmaakt of beschadigt. Als je in het openbaar fouilleert, maak je daarvan proces-verbaal op voor de officier van justitie.

Onderzoek na aanhouding

Na een aanhouding gaat het om bewijs. Iedere opsporingsambtenaar mag een aangehouden verdachte aan zijn kleding onderzoeken als er ernstige bezwaren tegen hem zijn art. 56 lid 4 Sv. Ernstige bezwaren is een zwaardere eis dan een redelijk vermoeden van schuld.

De hulpofficier of de officier van justitie mag verder gaan art. 56 Sv. Bij ernstige bezwaren en in het belang van het onderzoek bepaalt hij een onderzoek aan het lichaam. Een onderzoek in het lichaam mag alleen de officier van justitie bepalen. Een arts voert dat onderzoek uit. Het gaat niet door als het om bijzondere medische redenen onwenselijk is. Beide onderzoeken gebeuren op een besloten plaats en zo mogelijk door iemand van hetzelfde geslacht.

Preventief fouilleren in een veiligheidsrisicogebied

Hier zijn drie lagen. De gemeenteraad geeft de burgemeester bij verordening de bevoegdheid art. 151b Gemw. De burgemeester wijst daarna een gebied aan als veiligheidsrisicogebied. Dat mag alleen bij verstoring van de openbare orde door wapens, of bij ernstige vrees daarvoor. Hij overlegt eerst met de officier van justitie. Het gebied en de duur zijn niet groter dan strikt noodzakelijk. Voor het publiek openstaande gebouwen in het gebied horen erbij.

In dat gebied kan de officier van justitie een bevel geven art. 52 lid 3 WWM. Dan mag je iedereen aan zijn kleding onderzoeken op wapens of munitie. Het bevel noemt het gebied, de feiten die het nodig maken en de geldigheidsduur. Die duur is ten hoogste 12 uur. De officier kan op dezelfde manier het onderzoek van tassen en bagage bevelen art. 50 WWM en van voertuigen art. 51 WWM. Een verdenking is binnen dat bevel niet nodig. Het onderzoek is wel beperkt tot wapens en munitie.

Fouilleren voor wapens en drugs

Buiten een veiligheidsrisicogebied mogen opsporingsambtenaren iemand aan zijn kleding onderzoeken als daar redelijkerwijs aanleiding voor is art. 52 WWM. Die aanleiding volgt uit een gepleegd strafbaar feit met wapens. Ze kan ook volgen uit een overtreding van artikel 13, 26 of 27 van de wet. Of er zijn aanwijzingen dat zo'n feit zal worden gepleegd.

Bij drugs is de eis zwaarder. Een opsporingsambtenaar mag iemand aan zijn kleding onderzoeken als hij wordt verdacht van een misdrijf uit de Opiumwet art. 9 Opw. Er moeten dan ernstige bezwaren tegen hem zijn.

Waar het misgaat

Welk doel heb je? Het doel bepaalt de grondslag. Bij een veiligheidsfouillering zoek je naar wat gevaarlijk is, niet naar bewijs. Bij een identiteitsfouillering zoek je naar papieren.

Dreigt er onmiddellijk gevaar? Een algemeen gevoel van onveiligheid is niet genoeg. Je moet feiten of omstandigheden kunnen noemen.

Zijn er ernstige bezwaren, of alleen een redelijk vermoeden? Voor onderzoek na aanhouding en voor fouilleren bij drugs is een redelijk vermoeden te weinig.

Is het bevel van de officier nog geldig? Buiten het gebied uit het bevel of na de termijn mag je niet preventief fouilleren. Kijk ook of de aanwijzing door de burgemeester niet is ingetrokken.

Waar fouilleer je, en door wie? Een identiteitsfouillering doe je in beginsel niet in het openbaar. Onderzoek aan het lichaam gebeurt op een besloten plaats en zo mogelijk door iemand van hetzelfde geslacht.

Rechtspraak

In ECLI:NL:HR:2014:1101 werd iemand preventief gefouilleerd in een koffiehuis. Het koffiehuis lag in een veiligheidsrisicogebied en de officier had een bevel gegeven. De verdediging stelde dat het koffiehuis geen voor het publiek openstaand gebouw was. Het hof oordeelde dat het dat wel was, omdat het publiek er in het algemeen vrij toegang had. De Hoge Raad vond dat oordeel juist en begrijpelijk.

In ECLI:NL:HR:2007:BA5832 weigerde een ingeslotene zijn oorbel uit te doen. De Hoge Raad wees op artikel 28 van de Ambtsinstructie. Op grond daarvan mocht de ambtenaar bevelen de oorbel uit te doen. Bij weigering mocht hij de oorbel zelf uitnemen, binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit. Alleen weigeren was in deze zaak niet strafbaar als het niet opvolgen van een ambtelijk bevel. Belemmeren of verzet had wel strafbaar kunnen zijn.

Dit thema rust op

  • Artikel 7

    Politiewet 2012

    Lid 3 regelt de veiligheidsfouillering bij gevaar en lid 4 de fouillering voor vervoer of insluiting. Lid 5 en 6 gaan over ingeslotenen.

  • Artikel 28

    Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

    Artikel 28 van de Ambtsinstructie regelt het onderzoek van kleding en voorwerpen direct voor de insluiting.

  • Artikel 55b

    Wetboek van Strafvordering

    Een staande gehouden of aangehouden verdachte aan zijn kleding onderzoeken, voor zover nodig voor zijn identiteit.

  • Artikel 56

    Wetboek van Strafvordering

    Onderzoek aan kleding en lichaam na aanhouding bij ernstige bezwaren, en onderzoek in het lichaam op bevel van de officier.

  • Artikel 151b

    Gemeentewet

    De burgemeester wijst een veiligheidsrisicogebied aan als de raad hem die bevoegdheid bij verordening heeft gegeven.

  • Artikel 50

    Wet wapens en munitie

    Het onderzoek van verpakkingen en bagage, in een veiligheidsrisicogebied op bevel van de officier tegenover iedereen.

  • Artikel 51

    Wet wapens en munitie

    Het onderzoek van vervoermiddelen, in een veiligheidsrisicogebied op bevel van de officier tegenover iedereen.

  • Artikel 52

    Wet wapens en munitie

    Fouilleren bij redelijke aanleiding voor een wapenfeit, en preventief fouilleren op bevel van ten hoogste 12 uur.

  • Artikel 9

    Opiumwet

    Een verdachte van een Opiumwetmisdrijf aan zijn kleding onderzoeken als er ernstige bezwaren zijn.

  • Artikel 11

    Grondwet

    Het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, dat alleen bij of krachtens de wet mag worden beperkt.

Rechtspraak

  • ECLI:NL:HR:2014:1101

    Hoge Raad, 13 mei 2014

    Rechtmatige fouillering. Last a.b.i. art. 52.3 WWM. Art. 151b.1 Gemeentewet. Verwerping van een tot bewijsuitsluiting strekkend verweer dat de fouillering van verdachte in een koffiehuis onrechtmatig is geweest, omdat het koffiehuis niet is te beschouwen als een ‘voor het publiek…

    Een koffiehuis waar het publiek in het algemeen vrij toegang heeft, is een voor het publiek openstaand gebouw. Preventief fouilleren daar was rechtmatig.

  • ECLI:NL:HR:2007:BA5832

    Hoge Raad, 4 september 2007

    Niet voldoen aan een ambtelijk bevel door te weigeren een oorbel uit te doen? Een politieambtenaar is o.g.v. art. 28 van de Ambtsinstructie bevoegd een ingeslotene door het aftasten en doorzoeken van diens kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de…

    Op grond van artikel 28 van de Ambtsinstructie mag de ambtenaar een ingeslotene bevelen een oorbel uit te doen. Bij weigering mag hij de oorbel zelf uitnemen.

Begrippen

  • Verdachte

    Staat nog niet in Wetpunt

  • Redelijk vermoeden van schuld

    Een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit is de drempel waarop iemand verdachte wordt in de zin van art. 27 Sv. Het vermoeden moet gebaseerd zijn op feiten en omstandigheden — niet op buikgevoel of vooroordeel. Voorbeelden van objectieve gronden: een verklaring van…

  • Hulpofficier van justitie

    Staat nog niet in Wetpunt

  • Veiligheidsrisicogebied

    Staat nog niet in Wetpunt

  • Proportionaliteit

    Staat nog niet in Wetpunt

  • Subsidiariteit

    Staat nog niet in Wetpunt

Lees ook

  • Staande houden en aanhouden

    Wanneer is iemand verdachte, en wanneer mag je hem staande houden of aanhouden? Dit thema behandelt staande houden, aanhouden op en buiten heterdaad, de voorgeleiding en het ophouden voor onderzoek met de termijnen.

  • Wapens en munitie en de categorieën

    Dit thema gaat over de vier categorieën van de Wet wapens en munitie. Je leest wat per categorie verboden is en wanneer een verlof geldt. Ook lees je welke bevoegdheden je hebt om wapens te vinden.

Beslisbomen

  • Mag ik deze persoon fouilleren?

    Voor elke fouillering heb je een wettelijke grondslag nodig. Deze beslisboom zoekt die grondslag met je op. Je kijkt naar aanhouding, vervoer, gevaar, een veiligheidsrisicogebied, wapens, drugs en de identiteit.