Naar de inhoud

Beslisboom

Mag ik iemand vragen naar zijn identiteit?

Deze beslisboom helpt je bepalen of je een identiteitsbewijs mag vorderen en wat je doet als iemand weigert. Je beantwoordt per stap één vraag over de persoon en de situatie. De uitkomst noemt het artikel waarop je bevoegdheid rust.

Deze beslisboom hoort bij het thema Identificatieplicht.

Alle stappen lezen

Stap 1. Verdenk je de persoon van een strafbaar feit?

Verdachte is degene tegen wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld volgt art. 27 Sv. Een verdachte mag je staande houden om zijn identiteit vast te stellen art. 52 Sv. Is de persoon geen verdachte, dan kun je alleen een identiteitsbewijs vorderen als je taak dat vraagt art. 8 Pw.

Stap 2. Heb je de identiteit nodig voor een taak die je op dit moment uitvoert?

Een politieambtenaar mag inzage van een identiteitsbewijs vorderen voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de politietaak art. 8 Pw. De politietaak is de handhaving van de rechtsorde en hulp aan wie die nodig heeft art. 3 Pw. Denk aan een getuige van een ongeval of iemand bij een ordeverstoring. Alleen willen weten wie iemand is, is geen reden.

Stap 3. Is de verdachte 14 jaar of ouder?

De toonplicht geldt voor iedereen van 14 jaar of ouder art. 2 WID. Twijfel je over de leeftijd, dan kun je de vordering doen. Blijkt de persoon jonger dan 14, dan geldt de toonplicht niet.

Stap 4. Is de persoon 14 jaar of ouder?

De toonplicht geldt voor iedereen van 14 jaar of ouder art. 2 WID. Een jonger kind hoeft geen identiteitsbewijs te tonen.

Stap 5. Toont de persoon na je vordering een geldig identiteitsbewijs?

Alleen de documenten uit de wet tellen art. 1 WID. Dat zijn een geldig paspoort, een Nederlandse identiteitskaart, de documenten van een vreemdeling en onder voorwaarden een rijbewijs met pasfoto. Een bankpas of studentenpas telt niet.

  • Ja: ga naar stap 10
  • Nee, hij weigert of heeft niets: ga naar stap 6

Stap 6. Verdenk je de persoon ook van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten?

Na een aanhouding stel je de identiteit vast art. 55c Sv. Is iemand aangehouden voor een misdrijf uit art. 67 Sv, dan neem je altijd foto's en vingerafdrukken. Bij een ander feit, zoals alleen de weigering, gebeurt dat alleen bij twijfel over de identiteit en op bevel.

Stap 7. Je mag geen identiteitsbewijs vorderen, omdat je taak dat niet vraagt. Je mag de persoon wel vragen wie hij is, maar hij hoeft niet te antwoorden. Weigert hij te antwoorden, dan is dat geen strafbaar feit.

Deze uitkomst rust op

Stap 8. Je mag geen identiteitsbewijs vorderen, omdat de toonplicht pas vanaf 14 jaar geldt. Je kunt het kind vragen naar zijn naam en adres. Heb je de gegevens echt nodig, dan kun je contact zoeken met de ouders.

Deze uitkomst rust op

Stap 9. Je mag de verdachte staande houden en vragen naar zijn naam, geboortedatum en adres. Een identiteitsbewijs vorderen kan niet, omdat de toonplicht pas vanaf 14 jaar geldt. Kun je de identiteit niet vaststellen, dan kun je contact zoeken met de ouders.

Deze uitkomst rust op

Stap 10. Je mag het identiteitsbewijs vorderen en bekijken. Controleer of het document geldig is en bij de persoon hoort. Is de persoon verdachte, dan vraag je ook naar zijn naam, geboortedatum en adres.

Deze uitkomst rust op

Stap 11. Wie weigert of niets kan tonen, pleegt een overtreding. Je kunt een politiestrafbeschikking opleggen met feitcode D 517. Is dat nodig om de identiteit vast te stellen, dan kun je de persoon op heterdaad aanhouden. Daarna mag je zijn kleding en spullen onderzoeken voor zijn identiteit. Foto's en vingerafdrukken neem je alleen bij twijfel en op bevel.

Deze uitkomst rust op

Stap 12. De weigering is een overtreding, en je verdenkt de persoon ook van een misdrijf uit artikel 67. Houd je hem voor dat misdrijf aan, dan neem je foto's en vingerafdrukken om zijn identiteit vast te stellen. Je mag zijn kleding en spullen onderzoeken voor zover dat nodig is voor zijn identiteit.

Deze uitkomst rust op