Naar de inhoud
Strafrecht

Identificatieplicht

Wie moet een identiteitsbewijs laten zien, en wanneer mag je daarom vragen? Dit thema behandelt de toonplicht vanaf 14 jaar, de documenten die tellen, de vordering door de politie, de weigering en de identiteitsfouillering.

Waar gaat dit over

Voor een café is een vechtpartij geweest. Je wilt weten wie de omstanders zijn, omdat een van hen het slachtoffer kan zijn of iets kan hebben gezien. De meesten laten hun identiteitskaart zien. Eén man zegt dat hij niets hoeft te laten zien, omdat hij niets heeft gedaan. Mag je toch vorderen dat hij zich identificeert?

Een andere keer spreek je een groep jongeren aan die een bushokje heeft beklad. Een van hen is 13 jaar en heeft geen pasje bij zich. Wat mag je dan wel en niet? Dit thema legt uit wie zich moet identificeren, met welk document en wanneer je erom mag vragen.

Wat de wet zegt

De toonplicht

Iedereen van 14 jaar of ouder moet een identiteitsbewijs ter inzage geven als een bevoegde ambtenaar dat vordert art. 2 WID. WID staat voor de Wet op de identificatieplicht. De plicht geldt bij de eerste vordering. Bevoegd zijn de ambtenaren uit art. 8 Pw en ook toezichthouders. De wet zegt niet dat je het bewijs altijd bij je moet dragen. Wie het niet kan tonen, voldoet wel niet aan de plicht.

Welk document telt

De wet noemt de documenten waarmee iemand zijn identiteit aantoont art. 1 WID. Dat zijn een geldig paspoort of een Nederlandse identiteitskaart, en de documenten van een vreemdeling. Een paspoort uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte telt ook. Een geldig rijbewijs met pasfoto telt onder voorwaarden. Een bankpas, studentenpas of zorgpas telt niet.

Wanneer je mag vorderen

Een politieambtenaar mag inzage vorderen voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de politietaak art. 8 Pw. De politietaak is de handhaving van de rechtsorde en hulp aan wie die nodig heeft art. 3 Pw. Een buitengewoon opsporingsambtenaar heeft dezelfde bevoegdheid, maar alleen binnen zijn eigen taak. Je hebt geen verdachte nodig. Je hebt wel een concrete reden nodig die past bij wat je op dat moment doet. Denk aan een getuige van een ongeval, een ordeverstoring of iemand die hulp nodig heeft.

Bij een verdachte

Is de persoon verdachte van een strafbaar feit, dan mag je hem staande houden om zijn identiteit vast te stellen art. 52 Sv. Je vraagt naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats, geboortedatum en adres art. 27a Sv. Daarbij onderzoek je zijn identiteitsbewijs. Een vordering van inzage is geen staandehouding. De bevoegdheid uit art. 8 Pw geeft je niet het recht om iemand staande te houden.

Weigeren is een strafbaar feit

Wie zijn identiteitsbewijs niet ter inzage geeft, pleegt een overtreding art. 447e Sr. Dat geldt ook voor wie niet meewerkt aan het nemen van vingerafdrukken als de wet dat verplicht. De straf is een geldboete van de tweede categorie. Voor dit feit bestaat feitcode D 517. Het wordt afgedaan met een politiestrafbeschikking.

De weigering gebeurt waar je bij staat. Dat is heterdaad, dus je mag de persoon aanhouden art. 53 Sv. Of aanhouden nodig is, beoordeel je met proportionaliteit en subsidiariteit. Soms kun je de identiteit op een andere manier vaststellen.

Identiteitsfouillering

Je mag een staande gehouden of aangehouden verdachte aan zijn kleding onderzoeken om zijn identiteit vast te stellen art. 55b Sv. Je mag ook de voorwerpen onderzoeken die hij bij zich draagt of meevoert. De grens is wat nodig is voor de identiteit. In het openbaar doe je dat alleen om te voorkomen dat iemand een pasje weggooit of beschadigt. Doe je het in het openbaar, dan maak je daarvan een proces-verbaal voor de officier van justitie.

Na de aanhouding

Van een aangehouden verdachte stel je de identiteit vast zoals art. 27a Sv beschrijft art. 55c Sv. Is hij aangehouden voor een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, dan neem je foto's en vingerafdrukken. Bij andere verdachten gebeurt dat alleen als er twijfel is over de identiteit. De officier van justitie of de hulpofficier geeft daar dan een bevel voor.

Waar het misgaat

Heb je een reden die past bij je taak? Een vordering zonder aanleiding, alleen om te weten wie iemand is, valt buiten art. 8 Pw. De rechter kijkt naar wat je op dat moment deed en waarom de identiteit nodig was.

Is de persoon 14 jaar of ouder? Onder de 14 jaar geldt de toonplicht niet. Je kunt een kind naar zijn naam vragen. Weigert het kind een pasje te tonen, dan is dat geen overtreding van de toonplicht.

Telt het document? Alleen de documenten uit art. 1 WID tellen. Een pasje met naam en foto is daarmee nog geen identiteitsbewijs.

Vorder je of houd je staande? Bij een vordering van inzage mag je iemand niet vasthouden. Daarvoor moet hij verdachte zijn, en dan gebruik je art. 52 Sv.

Was je vordering rechtmatig? Of een weigering strafbaar is, hangt af van de vraag of de vordering rechtmatig was. De rechter toetst dat achteraf aan de hand van je proces-verbaal.

Rechtspraak

Agenten zagen 's nachts een man lopen en kregen een melding van een verdachte situatie. De man reageerde niet toen ze hem riepen. Ze hielden hem staande, vroegen om zijn identiteitsbewijs en hielden hem aan voor overtreding van de identificatieplicht. Hij verzette zich en beledigde een agent. De Hoge Raad oordeelde dat staande houden een redelijk vermoeden van schuld vereist. Dat moet blijken uit wat de agenten op dat moment wisten. Zonder meer feiten over de melding en het gedrag van de man was het oordeel van het hof niet begrijpelijk. De bewezenverklaring dat de agenten rechtmatig handelden, was daarom onvoldoende gemotiveerd. De zaak ging terug naar het hof (ECLI:NL:HR:2021:1449).

In de scenario's kun je oefenen met het staande houden van een verdachte om zijn identiteit vast te stellen.

Dit thema rust op

  • Artikel 2

    Wet op de identificatieplicht

    Iedereen van 14 jaar of ouder moet op de eerste vordering een identiteitsbewijs ter inzage geven.

  • Artikel 1

    Wet op de identificatieplicht

    De documenten waarmee je je identiteit aantoont, zoals een paspoort, identiteitskaart of rijbewijs met pasfoto.

  • Artikel 8

    Politiewet 2012

    Een politieambtenaar mag inzage vorderen voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de politietaak.

  • Artikel 3

    Politiewet 2012

    De politie zorgt voor de handhaving van de rechtsorde en helpt wie hulp nodig heeft.

  • Artikel 52

    Wetboek van Strafvordering

    Een opsporingsambtenaar mag een verdachte staande houden om zijn identiteit vast te stellen.

  • Artikel 27a

    Wetboek van Strafvordering

    De gegevens die je vraagt om de identiteit van een verdachte vast te stellen, en het onderzoek van zijn identiteitsbewijs.

  • Artikel 447e

    Wetboek van Strafrecht

    Wie geen identiteitsbewijs ter inzage geeft of niet meewerkt aan vingerafdrukken, krijgt een geldboete van de tweede categorie.

  • Artikel 53

    Wetboek van Strafvordering

    Bij heterdaad mag iedereen de verdachte van elk strafbaar feit aanhouden.

  • Artikel 55b

    Wetboek van Strafvordering

    Een staande gehouden of aangehouden verdachte mag je aan zijn kleding onderzoeken voor zover nodig voor zijn identiteit.

  • Artikel 55c

    Wetboek van Strafvordering

    Na een aanhouding stel je de identiteit vast, zo nodig met foto's en vingerafdrukken.

Rechtspraak

  • ECLI:NL:HR:2021:1449

    Hoge Raad, 12 oktober 2021

    Belediging ambtenaar in functie (art. 266.1 jo. 267.2 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Is sprake van rechtmatige uitoefening van de bediening, nu verbalisanten onrechtmatig hebben gehandeld omdat er op moment van staandehouding van verdachte geen sprake was van redelijk…

    Staande houden vereist een redelijk vermoeden van schuld op het moment zelf. Zonder meer feiten over de melding en het gedrag van de man was niet begrijpelijk dat de agenten rechtmatig handelden.

Feitcodes

Begrippen

  • Verdachte

    Staat nog niet in Wetpunt

  • Redelijk vermoeden van schuld

    Een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit is de drempel waarop iemand verdachte wordt in de zin van art. 27 Sv. Het vermoeden moet gebaseerd zijn op feiten en omstandigheden — niet op buikgevoel of vooroordeel. Voorbeelden van objectieve gronden: een verklaring van…

  • Heterdaad

    Heterdaad of ontdekking op heterdaad doet zich voor wanneer een strafbaar feit wordt ontdekt terwijl het wordt begaan of onmiddellijk daarna (art. 128 Sv). De bevoegdheden bij heterdaad zijn ruimer dan daarbuiten — denk aan art. 53 Sv: bij heterdaad mag iedere opsporingsambtenaar…

  • Proportionaliteit

    Staat nog niet in Wetpunt

  • Subsidiariteit

    Staat nog niet in Wetpunt

Lees ook

  • Staande houden en aanhouden

    Wanneer is iemand verdachte, en wanneer mag je hem staande houden of aanhouden? Dit thema behandelt staande houden, aanhouden op en buiten heterdaad, de voorgeleiding en het ophouden voor onderzoek met de termijnen.

  • Onderzoek aan kleding en lichaam

    Wanneer mag je iemand fouilleren, en hoe ver mag je gaan? Dit thema behandelt fouilleren voor veiligheid en identiteit, onderzoek na aanhouding, preventief fouilleren en fouilleren bij wapens en drugs.

Beslisbomen

  • Mag ik iemand vragen naar zijn identiteit?

    Deze beslisboom helpt je bepalen of je een identiteitsbewijs mag vorderen en wat je doet als iemand weigert. Je beantwoordt per stap één vraag over de persoon en de situatie. De uitkomst noemt het artikel waarop je bevoegdheid rust.