Beslisboom
Mag ik iemand staande houden?
Je houdt een verdachte staande om zijn identiteit vast te stellen. Deze beslisboom laat zien wanneer dat mag. Hij laat ook zien wat je kunt doen bij een getuige, een bestuurder of iemand anders.
Deze beslisboom hoort bij het thema Staande houden en aanhouden.
Alle stappen lezen
Stap 1. Ben je opsporingsambtenaar?
De bevoegdheid om staande te houden heeft iedere opsporingsambtenaar art. 52 Sv. Een burger heeft die bevoegdheid niet. Een burger mag alleen aanhouden bij ontdekking op heterdaad art. 53 Sv.
Stap 2. Volgt uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden dat deze persoon een strafbaar feit heeft begaan?
Staande houden mag alleen bij een verdachte. Verdachte is degene tegen wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld volgt art. 27 Sv. De rechter beoordeelt dat aan de hand van wat jij wist op het moment van staande houden. Een melding van 'een verdachte situatie' zonder meer is niet genoeg.
Stap 3. Wil je alleen zijn identiteit vaststellen?
Staande houden heeft maar één doel, en dat is de identiteit van de verdachte vaststellen art. 52 Sv. Je vraagt naar zijn naam, geboortedatum, geboorteplaats en adressen, en je onderzoekt zijn identiteitsbewijs art. 27a Sv. Als je de verdachte wilt meenemen naar het bureau, heb je een aanhouding nodig.
Stap 4. Wie is deze persoon voor jou?
Iemand die geen verdachte is, mag je niet staande houden. Wel kun je soms een andere bevoegdheid gebruiken. Een bestuurder moet bijvoorbeeld stoppen voor een verkeerscontrole art. 160 WVW. Een getuige of een voorbijganger kun je vragen stellen.
Stap 5. Is inzage in zijn identiteitsbewijs redelijkerwijs nodig voor je politietaak?
Een politieambtenaar mag inzage in een identiteitsbewijs vorderen voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de politietaak art. 8 Pw. Je moet kunnen uitleggen welke taak je uitvoert en waarom de identiteit daarbij nodig is. Iedereen van 14 jaar of ouder moet dan zijn identiteitsbewijs tonen art. 2 WID.
Stap 6. Je mag niemand staande houden, want die bevoegdheid heeft alleen een opsporingsambtenaar. Als je iemand op heterdaad betrapt, mag je hem wel aanhouden. Draag hem dan onverwijld over aan een opsporingsambtenaar.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 52, Wetboek van Strafvordering
Staande houden is een bevoegdheid van de opsporingsambtenaar.
- Artikel 53, Wetboek van Strafvordering
Bij heterdaad mag iedereen aanhouden, en een burger draagt de verdachte daarna over.
Stap 7. Je mag de verdachte staande houden om zijn identiteit vast te stellen. Vraag naar zijn persoonsgegevens en onderzoek zijn identiteitsbewijs. Als dat nodig is voor zijn identiteit, mag je ook zijn kleding en zijn spullen onderzoeken.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 52, Wetboek van Strafvordering
Iedere opsporingsambtenaar mag een verdachte staande houden om zijn identiteit vast te stellen.
- Artikel 27a, Wetboek van Strafvordering
De gegevens die je vraagt en het onderzoek van het identiteitsbewijs.
- Artikel 55b, Wetboek van Strafvordering
Onderzoek aan kleding en meegevoerde voorwerpen, voor zover nodig voor de identiteit.
Stap 8. Staande houden is niet genoeg om de verdachte mee te nemen. Daarvoor moet je hem aanhouden. Dat mag op heterdaad bij elk strafbaar feit, en buiten heterdaad alleen bij een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 53, Wetboek van Strafvordering
Aanhouden bij ontdekking op heterdaad.
- Artikel 54, Wetboek van Strafvordering
Aanhouden buiten heterdaad, op bevel van de officier of als dat bevel niet kan worden afgewacht.
Stap 9. Je mag een getuige niet staande houden, want hij is geen verdachte. Vraag of hij vrijwillig zijn gegevens en zijn verklaring wil geven. Als het redelijkerwijs nodig is voor je politietaak, mag je inzage in zijn identiteitsbewijs vorderen.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 52, Wetboek van Strafvordering
Staande houden mag alleen bij een verdachte.
- Artikel 8, Politiewet 2012
Inzage in een identiteitsbewijs vorderen voor zover nodig voor de politietaak.
Stap 10. Je houdt de bestuurder niet staande als verdachte, maar je laat hem stoppen voor een controle. De bestuurder van een motorrijtuig moet stilhouden en onder meer zijn rijbewijs en kentekenbewijs tonen. Een verdenking is daarvoor niet nodig.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 160, Wegenverkeerswet 1994
Op de eerste vordering moet de bestuurder stilhouden en zijn bewijzen ter inzage geven.
Stap 11. Je mag hem niet staande houden, maar je mag wel inzage in zijn identiteitsbewijs vorderen. Iedereen van 14 jaar of ouder moet dat bewijs dan tonen. Leg vast voor welke taak je de identiteit nodig had.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 8, Politiewet 2012
Vorderen voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de politietaak.
- Artikel 2, Wet op de identificatieplicht
De plicht om vanaf 14 jaar een identiteitsbewijs te tonen.
Stap 12. Je mag deze persoon niet staande houden en geen identiteitsbewijs vorderen. Je kunt hem wel vragen wie hij is. Hij hoeft daar geen antwoord op te geven.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 52, Wetboek van Strafvordering
Staande houden mag alleen bij een verdachte.
- Artikel 8, Politiewet 2012
Zonder redelijke noodzaak voor de politietaak mag je geen inzage vorderen.