Naar de inhoud

Beslisboom

Welke categorie is dit wapen en mag ik optreden?

Deze beslisboom helpt je een voorwerp in te delen in een categorie van de Wet wapens en munitie. Bij elke uitkomst zie je wat verboden is en welke bevoegdheid je hebt.

Deze beslisboom hoort bij het thema Wapens en munitie en de categorieën.

Alle stappen lezen

Stap 1. Is het voorwerp een vuurwapen?

Een vuurwapen schiet projectielen of stoffen door een loop af door een scheikundige ontploffing of reactie art. 1 WWM. Een luchtdrukwapen of een stroomstootwapen is dus geen vuurwapen. Twijfel je bij een alarm- of startpistool, kies dan 'Nee'. De volgende vraag noemt het apart. Een automatisch vuurwapen valt in categorie II art. 2 WWM. Dat geldt ook voor een vuurwapen dat op iets anders lijkt of dat minder zichtbaar of krachtiger is gemaakt. Een gewoon geweer, revolver of pistool valt in categorie III.

  • Ja, een gewoon geweer, revolver of pistool: ga naar stap 5
  • Ja, automatisch, vermomd of aangepast: ga naar stap 8
  • Ja, een ander vuurwapen: ga naar stap 8
  • Nee: ga naar stap 2

Stap 2. Bij welke groep hoort het voorwerp?

Categorie I noemt onder meer stiletto's, valmessen, vlindermessen, boksbeugels, ploertendoders, wurgstokken, werpsterren en katapulten art. 2 WWM. Ook een opvouwbaar mes met meer dan één snijkant of dat opengevouwen langer is dan 28 cm hoort erbij. Categorie II noemt onder meer stroomstootwapens en voorwerpen om personen te treffen met giftige, verstikkende of traanverwekkende stof. Categorie III noemt werpmessen, de meeste alarm- en startpistolen en toestellen voor beroepsdoeleinden die projectielen afschieten.

  • Categorie I, zoals een vlindermes of boksbeugel: ga naar stap 7
  • Categorie II, zoals een stroomstootwapen: ga naar stap 8
  • Categorie III, zoals een werpmes of alarmpistool: ga naar stap 5
  • Geen van deze: ga naar stap 3

Stap 3. Staat het voorwerp in de lijst van categorie IV?

Categorie IV noemt blanke wapens met meer dan één snijkant die niet in categorie I vallen art. 2 WWM. Ook degens, zwaarden, sabels, bajonetten, wapenstokken, lucht-, gas- en veerdrukwapens, kruisbogen en harpoenen staan erin. Daarnaast horen voorwerpen erbij die de minister bij regeling aanwijst.

Stap 4. Blijkt uit het voorwerp of de omstandigheden dat het bedoeld is om iemand te verwonden of te bedreigen?

Een ander voorwerp valt toch in categorie IV als je redelijkerwijs kunt aannemen dat het voor letsel of dreiging bedoeld is art. 2 WWM. Dat leid je af uit de aard van het voorwerp of uit de omstandigheden. Een honkbalknuppel op weg naar de training is iets anders dan dezelfde knuppel bij een groep die ruzie zoekt. Speelgoed dat niet geschikt is voor ernstig letsel of dreiging, is geen wapen.

Stap 5. Valt wat de persoon doet binnen een verlof van de korpschef?

Voor een wapen van categorie III kan de korpschef verlof geven om het voorhanden te hebben art. 28 WWM. Het verlof noemt het belang waarvoor het geldt. Dragen mag alleen als het verlof dat ook vermeldt art. 29 WWM. Een jager met een omgevingsvergunning voor een jachtgeweer valt ook onder een uitzondering art. 26 WWM. Kies 'Nee' als er geen verlof is of als de persoon buiten het verlof gaat.

Stap 6. Heeft de persoon het wapen onverpakt bij zich op straat of op een andere openbaar toegankelijke plaats?

Dragen is een wapen bij je hebben op de openbare weg of op een andere openbaar toegankelijke plaats art. 1 WWM. Is het wapen zo verpakt dat de persoon het niet meteen kan gebruiken, dan vervoert hij het. Het verbod van art. 27 WWM gaat over dragen. Met een verlof van de korpschef mag iemand een wapen van categorie IV dragen art. 29 WWM. De minister kan bij regeling vrijstelling geven, bijvoorbeeld voor optochten of ceremoniële wapens.

  • Ja, zonder verlof of vrijstelling: ga naar stap 11
  • Ja, met verlof of vrijstelling: ga naar stap 12
  • Nee, thuis of verpakt: ga naar stap 12

Stap 7. Dit is een wapen van categorie I. Voorhanden hebben, dragen en vervoeren zijn voor iedereen verboden. Alleen de minister kan ontheffing geven, en dan voor overheidsdiensten als de krijgsmacht en de politie, hun onderwijs of doorvoer. Je mag het wapen in beslag nemen. Is er redelijkerwijs aanleiding, dan mag je de persoon, zijn bagage en zijn voertuig onderzoeken op meer wapens.

Deze uitkomst rust op

Stap 8. Dit is een wapen van categorie II. Voorhanden hebben en dragen zijn verboden, en de korpschef kan voor dit wapen geen verlof geven. Je mag het wapen in beslag nemen. Is er redelijkerwijs aanleiding, dan mag je de persoon, zijn bagage en zijn voertuig onderzoeken op meer wapens en munitie.

Deze uitkomst rust op

Stap 9. De persoon mag het wapen van categorie III voorhanden hebben zoals het verlof beschrijft. Hij mag het alleen dragen als het verlof dat vermeldt. Gaat hij buiten het verlof, dan geldt het verbod weer en kun je optreden zoals zonder verlof.

Deze uitkomst rust op

Stap 10. Zonder verlof is het voorhanden hebben van een wapen van categorie III verboden. Je mag het wapen in beslag nemen. Is er redelijkerwijs aanleiding, dan mag je de persoon, zijn bagage en zijn voertuig onderzoeken op meer wapens en munitie. Op plaatsen waar je redelijkerwijs wapens vermoedt, mag je ter inbeslagneming doorzoeken.

Deze uitkomst rust op

Stap 11. De persoon draagt een wapen van categorie IV zonder verlof of vrijstelling. Dat is verboden en een overtreding. Je mag het wapen in beslag nemen en de persoon aan zijn kleding onderzoeken op meer wapens.

Deze uitkomst rust op

Stap 12. Het draagverbod is niet overtreden, en een volwassene mag een wapen van categorie IV voorhanden hebben. Is de persoon jonger dan 18 jaar, dan is voorhanden hebben wel verboden. Kijk ook of de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente een eigen regel heeft.

Deze uitkomst rust op

Stap 13. Het voorwerp is geen wapen in de zin van de Wet wapens en munitie. Je kunt de bevoegdheden uit die wet dan niet gebruiken. Gebruikt iemand het voorwerp om te dreigen of te slaan, kijk dan naar de bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering.

Deze uitkomst rust op