Terug naar versiegeschiedenis
Versie 2
Algemene wet inzake rijksbelastingen
4 gewijzigd
Gewijzigde artikelen
Gewijzigd
1. In afwijking van verwijderd: de artikelen eindetoegevoegd: artikel einde2:verwijderd: 7, tweede lid, en 2: einde8 van de Algemene wet bestuursrecht verwijderd: wordt in het verkeer tussen belastingplichtigen eindetoegevoegd: heeft een belastingplichtige einde, verwijderd: inhoudingsplichtigen, administratieplichtigen eindetoegevoegd: inhoudingsplichtige eindeof algemeen nut beogende verwijderd: instellingen en eindetoegevoegd: instelling met betrekking tot eindede toegevoegd: berichten van de eindeinspecteur of het bestuur van ’s Rijks belastingen verwijderd: een bericht uitsluitend elektronisch verzonden eindetoegevoegd: de keuze tussen hetzij verzending van alle berichten langs elektronische weg, hetzij verzending van alle berichten anders dan langs elektronische weg einde.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt.
3. verwijderd: Bij ministeriële regeling kunnen berichten eindetoegevoegd: In afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, eindeen verwijderd: groepen eindetoegevoegd: 2:8 einde van verwijderd: belastingplichtigen inhoudingsplichtigen of administratieplichtigen eindetoegevoegd: de Algemene wet bestuursrecht kunnen bij ministeriële regeling berichten einde, verwijderd: of eindetoegevoegd: groepen van belastingplichtigen, inhoudingsplichtigen, eindealgemeen nut beogende instellingen toegevoegd: of omstandigheden eindeworden aangewezen waarvoor, verwijderd: alsmede omstandigheden worden aangewezen eindetoegevoegd: voor wie, onderscheidenlijk eindewaaronder, toegevoegd: geldt dat de inspecteur of eindehet verwijderd: berichtenverkeer kan plaatsvinden eindetoegevoegd: bestuur van ’s Rijks belastingen berichten uitsluitend langs elektronische weg dan wel uitsluitend eindeanders dan langs elektronische wegtoegevoegd: aan een belastingplichtige, inhoudingsplichtige of algemeen nut beogende instelling verzendt einde.toegevoegd:
4. Een belastingplichtige of inhoudingsplichtige kan een op grond van het eerste lid gemaakte keuze herzien. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van de eerste zin.
5. Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in het derde lid wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal. einde
Via Stb. 2019, 512
Gewijzigd
1. Rapporterende platformexploitanten als bedoeld in artikel 10j, eerste lid, en 10l, tweede lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, zijn verplicht om gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 10j, tweede, derdetoegevoegd: , vijfde eindeen verwijderd: vijfde eindetoegevoegd: negende einde lid, en artikel 10l, derde en vijfde lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen te rapporteren aan de inspecteur, voor zover de te rapporteren verkoper, bedoeld in artikel 2e, onderdeel n, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, een ingezetene als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU is van Nederland of voor zover de relevante activiteit van de te rapporteren verkoper de verhuur van onroerende zaken betreft van in Nederland gelegen onroerende zaken. De rapporterende platformexploitant verstrekt de gegevens en inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode, bedoeld in artikel 2e, onderdeel u, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin een verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt.
2. Artikel 10i van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de rapportage ziet op gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste lid.
3. De artikelen 10j, achtste lid, 10l, zevende en achtste lid, 10m, 10o en 10p van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen zijn van overeenkomstige toepassing op de rapporterende platformexploitant, bedoeld in het eerste lid, met het oog op het door die platformexploitant rapporteren van gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid.
4. verwijderd: Bij toepassing van artikel 69 met eindetoegevoegd: Met eindebetrekking tot de verplichtingen die volgen uit het eerste, tweede en derde lidtoegevoegd: :
- a. wordt bij toepassing van de artikelen 68, eerste lid, en 69, eerste lid, voor de derde, onderscheidenlijk vierde, categorie gelezen de zesde categorie;
- b. eindevervalt toegevoegd: bij toepassing van artikel 69 eindehet vereiste dat het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.
Via Stb. 2026, 79
Gewijzigd
3. Indien de bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 67cc, 67d, 67etoegevoegd: , 67f eindeen verwijderd: 67f eindetoegevoegd: 67fa einde, wordt opgelegd aan een medeplichtige, wordt het bedrag van de boete dat ten hoogste kan worden opgelegd met een derde verminderd.
Via Stb. 2026, 79
Gewijzigd
1. De bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67a, eerste lid, en 67d, eerste lid, op te leggen vervalt door verloop van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden.
2. De bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67c, eerste lid, 67e, eerste lid, en 67f, eerste lid, op te leggen vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden.
3. toegevoegd: De bevoegdheid om aan anderen dan de rapporterende platformexploitant of de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 67fa, eerste lid, op te leggen, vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting, bedoeld in artikel 67fa, eerste lid, is ontstaan.
4. eindeIn afwijking van het tweede lid vervalt de bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 67e, eerste lid, op te leggen door verloop van twaalf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden, indien navordering mogelijk is met toepassing van artikel 16, vierde lid, of artikel 66, vierde lid, van de Successiewet 1956.
verwijderd: 4 eindetoegevoegd: 5 einde. In afwijking van het tweede lid vervalt de bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67c, eerste lid, en 67f, eerste lid, op te leggen door verloop van twaalf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden, indien naheffing mogelijk is met toepassing van artikel 20, vierde lid.
Via Stb. 2026, 79