Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Geldingsduur van een tijdelijk voorkeursrecht op grond van artikel 8, 8a en 6

Onderdeel van Wijziging Wet voorkeursrecht gemeenten· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 25 september 1996

Een aanwijzing op grond van artikel 8 kan voor maximaal twee jaar gelden. Het eventueel daaraan voorafgaande voorstel van burgemeester en wethouders (artikel 8a) heeft een geldingsduur van 8 weken. Na deze twee jaar, of zoveel eerder als mogelijk is, moet tenminste een ontwerp voor een structuur- of bestemmingsplan ter inzage zijn gelegd, waarin de beoogde bestemmingswijziging is vastgelegd. Op grond van dit ontwerp-plan kunnen burgemeester en wethouders ingevolge artikel 6 een voorstel doen aan de raad tot aanwijzing van die gronden en daarmee het tijdelijke voorkeursrecht bestendigen; dit voorstel heeft immers hetzelfde rechtsgevolg als een aanwijzingsbesluit door de raad. Ook deze aanwijzing heeft een tijdelijk karakter, zij duurt 5 maanden. Tenslotte moet de raad ingevolge artikel 2 na de vaststelling van dat plan het voorkeursrecht wederom bestendigen door op grondslag van dat plan de betrokken gronden aan te wijzen. Komt er ergens in deze trits een kink in de kabel en worden termijnen overschreden zonder bestendiging, dan vervalt het voorkeursrecht. (Zie hierna: gevolgen bij termijnoverschrijding).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel