Kennen Burgemeester en Wethouders of Gedeputeerde Staten een schadevergoeding toe dan zijn de kosten daarvan voor hun rekening. Stemt echter de Minister van VROM met de toekenning in, dan zijn de kosten voor rekening van het ministerie. Voor zo’n instemming dient het bevoegd gezag een verzoek in bij de Minister. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven welke gegevens daarvoor nodig zijn. Het ministerie toetst, voor het instemt, het ontwerpbesluit waarin een schadever-goeding wordt toegekend. Daarnaast gaat het na of het (ontwerp-)vergunningbesluit beletsels bevat om met een schadevergoeding in te stemmen. Het ministerie streeft met deze toetsing een doelmatige besteding van de rijksgelden na.
De Minister toetst het (ontwerp-)vergunningbesluit om na te gaan of de vergunninghouder de voorgeschreven ’bovennormale’ voorzieningen niet al had moeten treffen op grond van een eerder in de drie voorafgaande jaren verleende oprichtings-, uitbreidings- of wijzigingsvergunning. Wordt een besluit tot toekenning van een schadevergoeding genomen omdat een vergunning wordt ingetrokken dan onderzoekt het ministerie ook in hoeverre de laatst verleende vergunning naar de op het moment van verlening geldende maatstaven toereikend is geweest. Het ministerie onderzoekt dit om te voorkomen dat een schadevergoeding ten onrechte ten laste van de begroting van VROM komt. Had de vergunninghouder de voorzieningen al eerder in het kader van een oprichting, uitbreiding of wijziging van het bedrijf moeten treffen dan behoren de kosten voor zijn rekening te komen. Heeft het bevoegd gezag een ontoereikende vergunning verleend dan behoren Burgemeester en Wethouders of Gedeputeerde Staten de kosten te dragen.
Het ministerie zal het ontwerpbesluit waarin een schadevergoeding is toegekend inhoudelijk toetsen. Het zal nagaan of het bevoegd gezag in redelijkheid tot het ontwerpbesluit kon komen. De wettelijke criteria die in deze circulaire worden uitgewerkt fungeren daarbij als toetsingskader. Burgemeester en Wethouders of Gedeputeerde Staten moeten dus duidelijk aangeven op welke wijze de verschillende criteria zijn gehanteerd. In hoofdstuk 7 wordt de procedure toegelicht. Waar de inspecteur aan het bevoegd gezag een positief advies heeft uitgebracht, zal dit oordeel in de toetsing van het ontwerpbesluit zwaar worden meegewogen.
Als het bevoegd gezag in het ontwerpbesluit tot toekenning van de schadevergoeding van de circulaire afwijkt, behoeft dat nog niet te betekenen dat de Minister geen instemming verleent. Afhankelijk van de aangevoerde overwegingen kan de Minister de schadevergoeding dan toch ten laste van het Rijk laten komen.
Verleent de Minister instemming dan zal hij daar altijd de voorwaarde aan verbinden dat een accountantscontrole wordt toegelaten. Het definitieve besluit moet bij instemming uiteraard conform het ontwerpbesluit worden genomen.
Artikel 6
Toetsing op rijksniveau
Onderdeel van Circulaire schadevergoedingen· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 22 december 1997