Inmiddels wordt in interdepartementaal verband in kaart gebracht de demografische ontwikkelingen in de personeelsbestanden van de verschillende ministeries en wordt een beeld gegeven van de budgettaire gevolgen daarvan. In de nota ’Mensen en management 1997’, die op Prinsjesdag aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, wordt daarover gerapporteerd.
De sinds 1 april 1997 geldende regeling flexibel pensioen en uittreden (FPU) kent de mogelijkheid voor een gedeelte van de werktijd flexibel uit te treden. Als zodanig bestaat deze regeling thans naast de regeling Partiële arbeidsparticipatie senioren (PAS). In voorbereiding is een regeling waarbij de PAS onder randvoorwaarde van een gelijkwaardig aansprakenniveau, wordt omgezet in een op de FPU aansluitende voorziening. Deze regeling zal naar verwachting met ingang van 1 januari 1998 worden gerealiseerd.
In overleg met de betrokken ministeries wordt de herijking van de FLO-functies ter hand genomen en wordt een voorstel voorbereid voor het kabinet. Doel is te bezien welke functies daadwerkelijk aan het criterium ’substantieel bezwarend’ voldoen, opdat ten behoeve van de volgende contractonderhandelingen gezamenlijk met de centrales van overheidspersoneel een nieuwe lijst met FLO-functies kan worden vastgesteld.
Voorts zal in overleg met de betrokken ministeries het preventief beleid ten aanzien van alle slijtende functies worden uitgebouwd. Zulks gebaseerd op de eerste ervaringen, die opgedaan zijn bij pilots bij de ministeries van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Justitie en Verkeer en Waterstaat. Ik streef ernaar deze pilots op korte termijn af te ronden.
Artikel IV
Seniorenbeleid
Onderdeel van Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 1997-1999· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 30 mei 1997