Er zijn twee manieren om met behulp van de drie bekostigingsgrondslagen uit te rekenen hoeveel formatie de school ontvangt. De ene manier is per formatiecategorie de betreffende bekostigingsgrondslag te vermenigvuldigen met een vast getal en vervolgens de uitkomsten op te tellen. Dit wordt verderop nog uitgelegd. Een snellere manier om de totale formatie van de school uit te rekenen loopt via het begrip ’totale lineaire formatie’.
In de nieuwe systematiek worden de meeste formatiecategorieën gelineariseerd: toegekend in een vast, rechtlijnig verband met de grondslag van die formatie. Dat maakt het relatief eenvoudig om snel de totale lineaire formatie te berekenen. Hieronder wordt hiervoor een formule gepresenteerd. De formule omvat niet de salarisopslag voor schoolleiders; deze wordt namelijk niet gelineariseerd. De tabel voor deze salarisopslag is verderop in deze publicatie opgenomen. Voor scholen met nevenvestigingen kan de totale formatie hoger uitpakken dan met onderstaande formule berekend wordt. Voor een meer gedetailleerde berekening dient men de volgende paragrafen te raadplegen, waarin de afzonderlijke formatiecategorieën één voor één toegelicht worden. De bijlage bevat enkele rekenvoorbeelden.
De precieze cijfermatige invulling van de totale lineaire formatie verandert uiteraard onder invloed van de investeringen in de groepsverkleining. Als alle vervolgstappen van de groepsverkleining afgerond zijn (vanaf het schooljaar 2002-2003), ziet de formule voor de totale lineaire formatie er als volgt uit:
F = A x (10,21 + 0,45 + 0,29) fre + B x (6,97 + 0,45 + 0,29) fre + C + D x (6,87 + 0,45 + 0,29) fre
oftewel:
F = A x 10,95 fre + B x 7,71 fre + C + D x 7,61 fre
F is de totale lineaire formatie, dat wil zeggen de som van de groepsformatie, het formatieve deel van de opslag voor schoolleiders, het schoolprofielbudget, de formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden en de toeslag voor kleine scholen.
A is het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar op de teldatum. De optelsom 10,21 + 0,45 + 0,29 verwijst naar de onderdelen van de formatie die gerelateerd zijn aan het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar: de onderbouwformatie (10,21 fre per leerling), het formatief deel van de schoolleidingstoeslag – vroeger bekend onder de term taakrealisatie – (0,45 fre per leerling) en het schoolprofielbudget (0,29 fre per leerling). De som van deze drie posten is 10,95 fre per leerling.
B is het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder op de teldatum. Per leerling van 8 jaar en ouder ontvangt de school 6,97 fre aan bovenbouwformatie, 0,45 fre aan schoolleidingstoeslag (taakrealisatie) en 0,29 fre aan schoolprofielbudget. In totaal is dit 7,71 fre per leerling.
C is de toeslag voor kleine scholen: deze wordt toegekend aan scholen met minder dan 137 leerlingen en berekend volgens de formule:
C = 350 fre – lln x 2,57 frewaarin lln staat voor het totaal aantal leerlingen op de teldatum.
D is het schoolgewicht. Per gewichtseenheid ontvangt de school 6,87 fre aan formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden, 0,45 fre aan schoolleidingstoeslag en 0,29 fre aan schoolprofielbudget. In totaal is dit 7,61 fre per gewichtseenheid.
fre staat voor formatierekeneenheden, de basiseenheid van de formatietoewijzing.
Bij de tussenstappen van de groepsverkleining gelden andere getallen voor de formatietoewijzing per onderbouwleerling. Vanaf 1 augustus 2000, bij één leraar per 23 onderbouwleerlingen, wordt de totale lineaire formatie:
F = A x (8,88 + 0,45 + 0,29) fre + B x (6,97 + 0,45 + 0,29) fre + C + D x (6,87 + 0,45 + 0,29) fre
oftewel:
F = A x 9,62 fre + B x 7,71 fre + C + D x 7,61 fre
Vanaf 1 augustus 2001, bij één leraar per 22 onderbouwleerlingen, wordt de totale lineaire formatie:
F = A x (9,28 + 0,45 + 0,29) fre + B x (6,97 + 0,45 + 0,29) fre + C + D x (6,87 + 0,45+ 0,29) fre
oftewel:
F = A x 10,02 fre + B x 7,69 fre + C + D x 7,71 fre
De cijfers kunnen een paar honderdsten fre’s afwijken van de cijfers in voorlichtingsmateriaal van onderwijsorganisaties. Tijdens het voorbereidende traject zijn enkele malen aanpassingen gepleegd, die tot kleine bijstellingen hebben geleid. De hier genoemde cijfers zijn op dit moment de formeel geldende cijfers, zoals ze zijn neergeslagen in het Formatiebesluit WPO.
De totale lineaire formatie omvat de volgende formatiecategorieën:
groepsformatie: de formatie voor het reguliere onderwijs in de groepen (onderverdeeld in onderbouwformatie en bovenbouwformatie, zie hieronder);
het formatief deel van de schoolleidingstoeslag: de formatie die de schoolleider in staat stelt tot het uitvoeren van leidinggevende (niet-lesgevende) werkzaamheden (niet de salarisopslag);
schoolprofielbudget: de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie;
formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden;
toeslag voor kleine scholen.
Ook de groeiformatie en zorgformatie zijn gelineariseerd maar deze zijn niet in bovenstaande formule opgenomen. Zorgformatie wordt immers toegekend aan het samenwerkingsverband en niet rechtstreeks aan de school. Groeiformatie wordt toegekend als het aantal leerlingen op een school tijdens het schooljaar fors is toegenomen en maakt dus geen deel uit van de reguliere formatietoekenning op grond van de 1 oktober-tellingen.
Om van de totale lineaire formatie te komen tot de totale formatie van de school dienen de volgende posten nog bijgeteld te worden:
de salarisopslag voor de schoolleiding: zie de tabel in paragraaf 5.1.2.2;
voor scholen met nevenvestigingen: een toeslag op de basisformatie, zoals beschreven in paragraaf 5.1.3;
voor scholen met leraren die gebruik maken van de BAPO-regeling: de huidige regels voor de BAPO-toeslag blijven ongewijzigd van kracht (zie paragraaf 5.1.2.3);
voor scholen in bijzondere omstandigheden: ook de huidige mogelijkheid om aanvullende formatie aan te vragen, blijft van kracht (zie paragraaf 5.4).
Artikel 4
De totale lineaire formatie van de school
Onderdeel van Wijziging van het Formatiebesluit WPO per 1 augustus 2000· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 29 maart 2000