Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Procedure

Onderdeel van Ouderschapsverlof in het primair onderwijs· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 19 april 2000

In de nieuwe regeling zoals die is overeengekomen is een gedetailleerde procedure voor het aanvragen van ouderschapsverlof opgenomen. Deze procedure is gelijk aan de procedure die is opgenomen in de regeling van het ouderschapsverlof in het Burgerlijk Wetboek en staat er borg voor dat werkgever en werknemer in onderling overleg komen tot voor elke partij bevredigende afspraken over het opnemen van ouderschapsverlof. Hieronder wordt die procedure weergegeven: De betrokkene meldt het voornemen om ouderschapsverlof op te nemen ten minste acht weken voor het gewenste tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk aan het bevoegd gezag, onder opgave van de periode, het aantal verlofuren per week en de spreiding daarvan over de week. Daarbij kunnen de exacte tijdstippen van ingang en einde van het verlof afhankelijk worden gesteld van de datum van bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging. Zodra dat mogelijk is, deelt de betrokkene ook de naam en geboortedatum mee van het kind of de kinderen waarvoor ouderschapsverlof wordt gevraagd. Het bevoegd gezag neemt binnen vier weken een beslissing. let op: indien een betrokkene verzoekt om het verlof waar hij of zij op grond van één kind recht heeft, te mogen opnemen in een periode van een jaar of korter kan het bevoegd gezag dit niet weigeren (zie voor een verzoek om het verlof te spreiden over een langere periode paragraaf 3 onder het kopje ’duur’). Het bevoegd gezag kan, na overleg met de betrokkene, de spreiding van de verlofuren over de week op grond van gewichtige redenen wijzigen, tot vier weken voor het beoogde tijdstip van ingang van het ouderschapsverlof. Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek van de betrokkene om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij gewichtige redenen zich hiertegen verzetten. Het bevoegd gezag beslist uiterlijk vier weken nadat een dergelijk verzoek is gedaan, in voorkomend geval onder opgave van de gewichtige redenen. Als het verlof nadat het is ingegaan niet wordt voortgezet, vervalt het recht op het overige deel van dat verlof. Op dit laatste is een uitzondering mogelijk; betrokkene kan verzoeken om het verlof wegens ziekte op te schorten. Gedurende de periode dat het verlof wordt opgeschort wegens ziekte vindt de normale bezoldiging plaats. Om die reden zal betrokkene zich tijdig bij het bevoegd gezag ziek en beter moeten melden zodat het bevoegd gezag in staat is om eventuele periodes van ziekte te registreren. Vervolgens dienen bevoegd gezag en betrokkene in onderling overleg met elkaar af te spreken op welk tijdstip het restant aan verlof zal worden opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel