Naar aanleiding van vorennoemde uitspraak van het Hof Arnhem is de fiscale behandeling van de au-pair in de Tweede Kamer aan de orde gesteld. Naar aanleiding hiervan heb ik toegezegd de problematiek in samenspraak met au-pair-organisaties aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Daarbij is mij het volgende gebleken. Een deel van de vergoedingen en verstrekkingen die gastgezinnen aan de au-pairs doen toekomen hoeft niet als belastbaar loon te worden beschouwd. De overeengekomen vergoeding kan voor een deel als vrije vergoeding worden verstrekt. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan vergoedingen voor heen- en terugreis van de au-pair, de daarmee samenhangende kosten (voor visa, gezondheidsverklaring e.d.), en/of andere vrij te verstrekken vergoedingen voor door de au-pair gemaakte kosten in verband met de dienstbetrekking. Daarnaast geldt voor een deel van de au-pairs dat zij in het land van herkomst woonruimte behouden. Dit leidt er in die gevallen toe dat ter zake van de door het gastgezin verstrekte huisvesting niets tot het loon hoeft te worden gerekend. Het belastbare loon van de au-pair daalt daarbij tot onder het bedrag waarbij nog loonbelasting/premie volksverzekeringen is verschuldigd indien rekening wordt gehouden met de van toepassing zijnde heffingskortingen.
De eventueel ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen zal in een groot aantal gevallen via een T- of een J-biljet weer moeten worden teruggegeven aan de au-pair reeds omdat diens verblijf zich meestal over twee kalenderjaren uitstrekt.
Artikel 2
Onderzoek
Onderdeel van Loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen, achterwege laten inhouding loonheffing au-pairs· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001