In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven:
als economisch niet-actieve langdurig ingezetene;
als vermogende vreemdeling (ook wel buitenlandse investeerder);
voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst omdat artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is;
als beoefenaar van een vrij beroep in de zin van het handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk;
op grond van de pilot ‘huisvesting Akense niet-EU studenten’;
op grond van ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’; en
met een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van 3.29a Vb, artikel 3.6ba Vb en artikel 3.4, vierde lid, Vb jo artikel 3.16a VV en 3.16b VV.
In aanvulling op artikel 3.29a, aanhef en onder b, Vb accepteert de IND alle middelen van bestaan ongeacht de bron waaruit deze afkomstig zijn (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, et cetera).
Het beleid voor een vreemdeling om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als vermogende vreemdeling is per 17 april 2024 beëindigd. Nieuwe verblijfsaanvragen voor dit verblijfsdoel worden daarom afgewezen. Aanvragen die zijn ingediend voor 17 april 2024 worden nog behandeld conform onderstaande beleidsregels. Verlengingsaanvragen van bestaande verblijfsvergunningen als vermogende vreemdeling blijven ook na 17 april 2024 mogelijk. Voor verlengingsaanvragen wordt verwezen naar de paragrafen B11/5.1 en B11/6.1 Vc.
In aanvulling op artikel 3.29a, tweede lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
de vreemdeling investeert een bedrag van minimaal € 1.250.000 in een in Nederland gevestigd(e):
innovatieve onderneming;
contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve onderneming(en);
fonds dat volgens het Ministerie van Economische Zaken past binnen de SEED regeling; of
het te investeren bedrag is gestort op een bankrekening van een Nederlandse bank of een bank van een EU-lidstaat met een vestiging in Nederland die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank;
de investering heeft volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie;
de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) heeft aangegeven dat de vreemdeling niet gekoppeld kan worden aan een verdachte transactie en
niet is gebleken dat de vreemdeling investeert in onroerend goed voor bewoning.
De RVO adviseert de IND of de investering in een innovatieve onderneming (voorwaarde 1 sub a) of de investering in een contractueel samenwerkingsverband (voorwaarde 1 sub b) een toegevoegde waarde heeft voor de Nederlandse economie.
Een investering door de vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder) in een (innovatieve) onderneming.
De toets door RVO bestaat uit de volgende onderdelen:
Primaire toets Vereist: J J J, anders volgt negatief advies
Algemene criteria voor de investering in een onderneming
De onderneming is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel.
J/N
Aard investering(sovereenkomst) is positief voor de Nederlandse economie.
J/N
De continuïteit van de onderneming na de investering is aangetoond.
J/N
Secundaire toets Vereist: minimaal twee keer J anders volgt negatief advies
Criteria voor de effecten van de investering
Arbeidscreatie
minimaal 10 fte (exclusief aanvrager) binnen 5 jaar, waarvan 60% binnen 3 jaar
J/N
Innovativiteit:
Er is sprake van innovativiteit bij aanwezigheid van minstens één van onderstaande drie aspecten
1. Het product of de dienst is nieuw voor Nederland. 2. Er is sprake van nieuwe technologie bij productie, distributie, marketing. 3. Er is sprake van een innovatieve organisatorische opzet en werkwijze. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld (niet uitputtend opgesomd):
– Activiteiten die in het kader van het Topsectorenbeleid worden gestimuleerd.
– Zelf ontwikkelde nieuwe producten of diensten.
– Originele aanpak energiebesparing.
– Originele aanpak duurzaamheidsproblematiek.
– Slimme en creatieve aanpassingen of combinaties ten behoeve van sectoroverschrijdende toepassingen.
– Nieuwe product-marktcombinaties.
– Creatieve of vernieuwende marktbenadering.
– Sociale innovatie.
– Introductie maatschappelijk verantwoord ondernemen.
J/N
Niet-financiële inbreng van de vreemdeling in de onderneming
Er is sprake van toegevoegde waarde als de investeerder aan één of meer van onderstaande aspecten voldoet:
– Actief oprichter/eigenaar met voor de onderneming relevante opleiding op masterniveau of hoger (diploma vereist en IDW erkende opleiding)
– Actief oprichter/eigenaar en tenminste vijf jaar (aantoonbare) uitgebreide ondernemerschapservaring
– Actief oprichter/eigenaar en tenminste vijf jaar (aantoonbare) relevante werkervaring op senior niveau
– Actief oprichter/eigenaar die tenminste vijf (aantoonbare) opdrachtgevers inbrengt handelspartners of
J/N
De beoogde investering heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie als alle delen van onderdeel A positief worden beoordeeld en ten minste twee van onderdeel B positief worden beoordeeld.
Een investering in een contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve ondernemingen.
De toets door RVO bestaat uit de volgende onderdelen:
Een check of het contractueel samenwerkingsverband staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Het beoordelen van het contractueel samenwerkingsband en de ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd. Daarbij wordt getoetst volgens het bovenstaand toetsingskader voor investering in een onderneming.
Er wordt beoordeeld naar rato van de inbreng van de vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder).
De investering in een fonds dat volgens het Ministerie van Economische Zaken past binnen de SEED regeling heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie.
De IND vraagt -ten behoeve van de FIU-toets- de vreemdeling om toestemming om onderzoek te laten verrichten in het buitenland of dat het vermogen waaruit geïnvesteerd wordt een mogelijk criminele herkomst heeft.
De IND wijst de aanvraag om een verblijfsvergunning af als de vreemdeling geen toestemming geeft.
De IND verzoekt de te toetsen of ten aanzien van de vreemdeling verdacht verklaarde transacties bekend zijn.
De IND verstrekt daartoe de volgende gegevens aan de FIU:
persoonsgegevens van de vreemdeling; en
gegevens omtrent het te investeren vermogen.
De IND verleent de verblijfsvergunning niet of trekt deze in als de FIU meldt dat gebleken is dat de vreemdeling betrokken is bij één, of meerdere, als verdacht verklaarde transactie(s). Als de FIU meldt dat geen informatie uit het land van herkomst of het land van bestendig verblijf kan worden verkregen met betrekking tot het vermogen van de vreemdeling, wordt de verblijfsvergunning evenmin verleend.
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet of trekt deze in als de vreemdeling investeert in onroerend goed voor bewoning.
Als de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘vermogende vreemdeling’ neemt de IND aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Artikel 3.31b Vb geeft de bevoegdheid een verblijfsvergunning te verlenen aan de vreemdeling op wie artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is, als:
diens huwelijk of geregistreerd partnerschap met een hoofdpersoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht na drie jaar is ontwricht of ontbonden;
de vreemdeling op grond van dat huwelijk of geregistreerd partnerschap was toegelaten; en
de vreemdeling één jaar direct voorafgaande aan ontwrichting van het huwelijk of geregistreerd partnerschap rechtmatig verblijf had als bedoeld in artikel 8, onder a, Vw.
De IND verleent de verblijfsvergunning als aan de in artikel 3.31b Vb opgenomen voorwaarden is voldaan.
De pilot ‘huisvesting Akense niet-EU studenten’ is per 1 april 2021 geëindigd. Nieuwe verblijfsaanvragen op grond van de pilot worden daarom afgewezen. Voor verlengingsaanvragen blijven de onderstaande voorwaarden van overeenkomstige toepassing.
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb jo artikel 3.16a VV aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De aanvraag om een verblijfsvergunning is door het voorportaal (de gemeente Kerkrade) namens de vreemdeling conform het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’ ingediend;
De vreemdeling is gekoppeld aan een woning in Kerkrade of Heerlen;
De vreemdeling is (voorlopig) ingeschreven aan de Rheinisch-Westfaelische Technische Hochschule Aachen (de RWTH) in verband met een voltijdse studie; en
De vreemdeling toont aan het begin van elk studiejaar aan zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De IND verstrekt ten behoeve van de pilot jaarlijks maximaal 75 verblijfsvergunningen.
In afwijking op paragraaf B1/3.4.1.2 en conform het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’ machtigt de vreemdeling het voorportaal om:
namens de vreemdeling de verblijfsaanvraag in te dienen;
namens de vreemdeling de leges voor de verblijfsaanvraag te voldoen; en
alle relevante informatie betrekking hebbende op het verblijfsrecht van de vreemdeling te delen met de IND en indien nodig gegevens op te vragen bij de RWTH.
In aanvulling op paragraaf B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan als voldoende als de vreemdeling voldoet aan de gehanteerde inkomensnorm die wordt vastgesteld aan het begin van elk kalenderjaar voor de uitwonende student (exclusief collegegeld).
In aanvulling op paragraaf B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende inkomensbronnen als zelfstandig in de zin van artikel 3.73 Vb:
een inkomen (uit een studiebeurs) waarmee de kosten van studie en levensonderhoud worden gefinancierd;
een inkomen uit periodieke betalingen uit sponsorgelden of anderszins; of
een bedrag dat door de vreemdeling op een ten name van het voorportaal gestelde bankrekening in Nederland beschikbaar is gesteld.
Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb beschouwt de IND de middelen van bestaan als duurzaam als deze op het tijdstip waarop de aanvraag regulier voor bepaalde tijd is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar beschikbaar zijn.
De IND kan in de hieronder genoemde situaties een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen als sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen:
ambtshalve gelet op artikel 3.6ba Vb onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, Vb totdat de beslissing op een eerste in Nederland ingediende aanvraag verblijfsvergunning asiel of aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onherroepelijk is geworden; of
namens de minister, op grond van zijn discretionaire bevoegdheid ontleend aan artikel 14, eerste lid, Vw als de vreemdeling bij zijn tweede en volgende aanvraag een met documenten onderbouwd verzoek indient om toepassing te geven aan de discretionaire bevoegdheid.
De IND neemt geen ambtshalve besluit in de zin van artikel 3.6ba Vb als:
een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld op grond artikel 4:5 Awb, artikel 24, tweede lid, Vw of artikel 30c Vw;
op de vreemdeling de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is;
er een ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw of een inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw is of wordt opgelegd;
een besluit tot signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf is of wordt opgelegd; of
de asielaanvraag is afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, Vw of de reguliere aanvraag is afgewezen op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid.
De IND maakt zeer terughoudend gebruik van de bevoegdheid om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, Vb.
De IND verleent geen vergunning, als het samenstel van omstandigheden te zeer verband houdt met (één van) de in artikel 3.4, eerste lid, Vb genoemde beperkingen.
De IND verstaat onder bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 3.6ba Vb in ieder geval dat omstandigheden individueel van aard zijn. Tenzij in deze paragraaf anders is bepaald, kent de IND niet op voorhand een bepaald gewicht toe aan omstandigheden. Hoe omstandigheden meewegen in de beoordeling hangt af van het samenstel van aangevoerde omstandigheden.
De IND hanteert geen limitatieve opsomming van te betrekken omstandigheden. Bijzondere en individuele omstandigheden kunnen – onder meer – hun oorzaak vinden in:
(ernstige) medische problemen (van één of meerdere gezinsleden);
overlijden in Nederland van een gezinslid;
gendergerelateerde aspecten met name eerwraak en huiselijk geweld; of
traumatiserende ervaringen die in Nederland hebben plaatsgevonden.
De IND maakt alleen gebruik van deze bevoegdheid indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die zich in Nederland voordoen.
Bij de beoordeling of sprake is van een samenstel van bijzondere omstandigheden kent de IND een beperkt gewicht toe aan omstandigheden die zijn gerezen tijdens een periode van niet rechtmatig verblijf van de vreemdeling.
Bij de beoordeling worden contra-indicaties in het nadeel van de vreemdeling betrokken. In ieder geval worden de volgende contra-indicaties betrokken:
de vreemdeling wordt vervolgd of is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten;
aan de vreemdeling is artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen;
de vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid;
identiteitsfraude of twijfel aan de identiteit van de vreemdeling dan wel andere vormen van fraude;
niet rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 Vw.
Het voorgaande laat onverlet de gebruikelijke afwijzingsgronden voor reguliere verblijfsvergunningen als bedoeld in artikel 16 Vw en paragraaf B1/4 Vc.
Indien de IND dit noodzakelijk acht voor een zorgvuldige beoordeling zal de IND onafhankelijk advies vragen omtrent voor de besluitvorming specifieke relevante aspecten. Dit geldt in het bijzonder wanneer kinderen met een specifieke problematiek bij de procedure zijn betrokken. De IND vraagt geen advies over de (algemene) vraag of sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen zoals bedoeld in artikel 3.6ba Vb.
De IND maakt geen gebruik van de bevoegdheid om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen als sprake is van een van de situaties als genoemd in het onderdeel ‘Geen ambtshalve besluit artikel 3.6ba Vb’ van paragraaf 2.5.1.
De IND maakt zeer terughoudend gebruik van de bevoegdheid om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, Vb. De IND maakt alleen gebruik van deze bevoegdheid indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die zich in Nederland voordoen.
Bij de beoordeling van een gemotiveerd en met documenten onderbouwd verzoek of er ten aanzien van de vreemdeling sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere en individuele omstandigheden geldt dat zeer gering gewicht toekomt aan omstandigheden die in Nederland zijn ontstaan na het onherroepelijk worden van de beslissing op de eerste verblijfsaanvraag. De vreemdeling was of had op de hoogte kunnen zijn van het feit dat hij geen aanspraak maakte op rechtmatig verblijf in Nederland.
Tenzij in deze paragraaf anders is bepaald, kent de IND niet op voorhand een bepaald gewicht toe aan omstandigheden. Hoe omstandigheden meewegen in de beoordeling hangt af van het samenstel van aangevoerde omstandigheden. De IND hanteert geen limitatieve opsomming van te betrekken omstandigheden.
De IND verstaat onder bijzondere omstandigheden in ieder geval niet als de vreemdeling:
stelt dat hij geworteld is in Nederland als gevolg van langdurig verblijf, al dan niet met een geldige verblijfstitel;
als asielzoeker is uitgeprocedeerd en asielgerelateerde gronden aanvoert;
stelt dat hij niet uit Nederland kan vertrekken; of
medische omstandigheden aanvoert.
Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende contra-indicaties in het nadeel van de vreemdeling betrokken:
de vreemdeling wordt vervolgd of is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten;
aan de vreemdeling is artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen;
de vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid;
identiteitsfraude of twijfel aan de identiteit van de vreemdeling dan wel andere vormen van fraude;
niet rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 Vw; en
niet meewerken aan terugkeer.
Het voorgaande laat onverlet de gebruikelijke afwijzingsgronden voor reguliere verblijfsvergunningen als bedoeld in artikel 16 Vw en paragraaf B1/4 Vc.
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16b VV aan de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk voor het uitvoeren van grenscontroles ten behoeve van het rechtstreekse treinverkeer op het traject tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
Er mag geen sprake zijn van een geprivilegieerde status.
De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb, als de vreemdeling:
op grond van een geldige overeenkomst in dienst is bij de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk; en
grenscontroles verricht ten behoeve van het rechtstreekse treinverkeer op het traject tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
Op grond van artikelen 140, 143 en bijlage 22 van de handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk (PbEU 2021, L149/11) kan een beoefenaar van een vrij beroep met de Britse nationaliteit die in bepaalde sectoren, als bedoeld in deze handelsovereenkomst, werkzaam is, tijdelijk onder versoepelde voorwaarden voor zijn werk in Nederland toegelaten worden. Dit is nader geregeld in artikel 3.16a VV 2000.
De IND verstaat onder een beoefenaar van een vrij beroep een natuurlijke persoon die onderdaan is van het Verenigd Koninkrijk en als zelfstandige een dienst verleent voor een Nederlandse opdrachtgever op basis van een dienstverleningsovereenkomst, waarvoor hij tijdelijk in Nederland moet zijn.
De houder van een verblijfsvergunning onder de verblijfsbeperking ‘beoefenaar van een vrij beroep in de zin van het toepasselijke Handelsakkoord’ kan niet optreden als referent voor aanvragen om gezinshereniging.
De IND verleent een verblijfsvergunning voor de beoefenaar van een vrij beroep als aan de voorwaarden van artikel 3.16a VV 2000 is voldaan. Hiervoor vraagt de IND advies aan het UWV, dat vervolgens toetst of aan de voorwaarden van artikel 8.3.b.11 van Bijlage I van de RuWav is voldaan.
Conform artikel 3.16a, derde lid, VV dient de beoefenaar van een vrij beroep voldoende middelen van bestaan te verwerven die tenminste gelijk zijn aan het wettelijk minimumloon als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, van het Vb. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beoordeelt of hieraan wordt voldaan.
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV:
een omschrijving van de dienstverlening waaruit taken/verantwoordelijkheden en vereist kwalificatieniveau (HBO- of universitair) moeten blijken;
een kopie van diploma’s of getuigschriften van een universiteit of een hoger beroepsonderwijs opleiding of een ander bewijs zoals een opdrachtgeversverklaring waarmee wordt aangetoond dat over een gelijkwaardig kennisniveau wordt beschikt en wordt voldaan aan de voor het uitoefenen van de betreffende activiteit in Nederland bestaande beroepseisen;
een curriculum vitae waaruit blijkt dat wordt beschikt over minimaal 6 jaar beroepservaring in de activiteit waarop de dienstverleningsovereenkomst betrekking heeft;
een bewijs van inschrijving van de onderneming in het Verenigd Koninkrijk;
een verklaring van de opdrachtgever waarin wordt aangegeven onder welke sector als genoemd in Bijlage 22 van de handels-en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk de overeengekomen dienstverlening valt; en
een kopie of samenvatting van de geldige dienstverleningsovereenkomst voor het verlenen van diensten met de opdrachtgever in Nederland (niet zijnde een agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening).
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling’.
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder n, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.31 Vb aan de vreemdeling op wie artikel 13 besluit 1/80 van toepassing is, onder de beperking: ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’.
Op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16a VV verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in verband met de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten onder de beperking ‘verblijf conform beschikking staatssecretaris’.
Op grond van artikel 3.6ba, eerste lid Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’. De IND vermeldt bij de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’ of het verblijfsrecht tijdelijk van aard is. Als de IND dit niet aangeeft, is het verblijfsrecht niet tijdelijk van aard.
Op grond van artikel 14, eerste lid, Vw verleent de IND de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf conform beschikking minister’. De IND vermeldt bij de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf conform beschikking minister’ of het verblijfsrecht tijdelijk van aard is. Als de IND dit niet aangeeft, is het verblijfsrecht niet tijdelijk van aard.
Op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16b VV verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk. Dit in verband met grenscontroles ten behoeve van het rechtstreekse treinverkeer op het traject tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor economisch niet-actieve langdurig ingezetenen en vermogende vreemdelingen: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor het zoeken naar of verrichten van arbeid al dan niet in loondienst: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten: ‘Arbeid niet toegestaan’.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor verblijf conform artikel 3.6ba Vb: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening in verband met verblijf onder de beperking grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder f, VV verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als beoefenaar van een vrij beroep op grond van de handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk: “TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend”.
Op grond van artikel 3.1, zesde lid, VV en hoofdstuk B1/5.2 Vc luidt de aantekening omtrent algemene middelen: “beroep op algemene middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht”.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van vijf jaar aan economisch niet-actieve langdurig ingezetenen.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van drie jaar aan de vermogende vreemdeling.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verlengt de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van vijf jaar aan de vermogende vreemdeling.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder n, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van ten hoogste één jaar voor het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
Op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16a VV verleent de IND de verblijfsvergunning in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten met de geldigheidsduur van één jaar.
De verblijfsvergunning verleend in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten wordt ingevolge artikel 3.5, vierde lid, Vb aangemerkt als een tijdelijk verblijfsrecht.
Indien het verblijfsdoel tijdelijk is verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’ met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar en verlengt de geldigheidsduur telkens met ten hoogste één jaar.
Indien het verblijfsdoel niet tijdelijk is verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’ met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar en verlengt de geldigheidsduur telkens met ten hoogste vijf jaar.
Gelet op artikel 3.16b, derde lid, VV verleent de IND de op grond van paragraaf B11/2.6 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de werkzaamheden, maar voor maximaal vijf jaar.
Op grond van artikel 3.16a, vijfde lid, VV verleent de IND de verblijfsvergunning van de beoefenaar van een vrij beroep voor de duur van de dienstverleningsovereenkomst, maar niet langer dan voor de duur van twaalf maanden. Een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning kan slechts worden ingewilligd voor zover de maximale duur van twaalf maanden, te rekenen vanaf de ingangsdatum van de eerste inwilliging, niet wordt overschreden.
Na het verstrijken van die periode van 12 maanden kan een aanvraag om een verblijfsvergunning die betrekking heeft op dezelfde werkzaamheden bij dezelfde opdrachtgever als die waarvoor de eerdere verblijfsvergunning is verleend, pas worden ingewilligd met inachtneming van een redelijke termijn. Als norm voor deze redelijke termijn geldt dat de beoefenaar een periode van bij elkaar opgeteld maximaal 12 maanden binnen een periode van vierentwintig maanden op Nederlands grondgebied mag verblijven. Dit betekent bij voorbeeld dat de beoefenaar die voorafgaand aan de verblijfsaanvraag reeds 12 maanden als beoefenaar van een vrij beroep in Nederland heeft verbleven, eerst na een periode van 12 maanden opnieuw in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning voor hetzelfde verblijfsdoel.
Als sprake is van andere werkzaamheden en/of een andere opdrachtgever dan die waarvoor de eerdere verblijfsvergunning is verleend, kan een nieuwe verblijfsvergunning op grond van de handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk worden gevraagd.
De verblijfsvergunning op grond van de handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk heeft een tijdelijk karakter. Daarom zal de IND in de inwilligende beschikking vermelden dat de verblijfsvergunning tijdelijk is (zie ook artikel 3.5, vierde lid, Vb).
De IND beschouwt het gestelde in paragraaf B1/8.3.4 als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de economisch niet-actieve langdurig ingezetene beschikt over middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning als langdurig ingezetene heeft in een andere lidstaat:
een kopie van de door de andere lidstaat afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen met de aantekening: ‘ EG-langdurig ingezetene’, in de taal van die lidstaat.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een investering van minimaal € 1.250.000 doet in een onderneming in Nederland:
een verklaring van de Nederlandse vestiging van de bank die beschikt over een vergunning van De Nederlandsche Bank of gebruik maakt van een Europees paspoort, waaruit blijkt dat het te investeren bedrag van minimaal € 1.250.000 in Nederland is gestort.
De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij investering in een onderneming:
de investeringsovereenkomst die door betrokken partijen (investeerder en onderneming) is ondertekend en waaruit het doel van de investering blijkt;
als de onderneming korter dan drie jaar geleden is opgericht, een ondernemingsplan dat informatie bevat over:
persoonlijke gegevens en achtergrond van het ondernemingsmanagement (opleiding, ervaring);
het product of de dienst;
een marktanalyse toegespitst op het eigen product of dienst;
beschrijving van prijsbeleid/-opbouw met alle kosten daarin verdisconteerd;
organisatie;
balans;
exploitatieoverzichten (realisaties en prognoses);
omzet- en liquiditeitsprognose inclusief berekeningen;
specificatie en begroting arbeidscreatie en investeringen.
door een onafhankelijke externe partij geverifieerde jaarrekeningen van de afgelopen drie jaren of als de onderneming korter dan drie jaar geleden is opgericht de beschikbare jaarrekeningen;
investeringsplan van de onderneming waarin het doel van de investering wordt beschreven (kan geïntegreerd worden in het ondernemingsplan of in de investeringsovereenkomst);
gegevens waaruit blijkt wat de verwachte effecten van de investering zijn in omvang en tijd met betrekking tot de vermogenspositie, omzet, resultaat (netto winst), werkgelegenheid en/of innovatie, zowel technologisch als niet-technologisch (bijv. patenten, octrooien);
bewijsstukken waaruit de niet-financiële eigen inbreng en mate van actieve betrokkenheid van de vermogende vreemdeling bij de onderneming blijkt zoals specifieke kennis, specifieke werkervaring, referenties, patenten, netwerk en afnemers.
De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij investering in een contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere onderneming(en):
de overeenkomst tussen de deelnemers aan het samenwerkingsverband waaruit de omvang en de voorwaarden blijken;
een fondsplan waaruit blijkt wat de aard van de organisatie en de investeringen is, en welke voorwaarden daaraan verbonden zijn;
bewijs van continuïteit van het contractuele samenwerkingsverband zoals jaarrekeningen;
bewijsmiddelen zoals beschreven bij investering in een onderneming.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling deelneemt aan een fonds dat past binnen de SEED regeling:
Een bewijs van deelname aan het fonds; en
een verklaring waaruit blijkt dat het SEED fonds is erkend door het Ministerie van Economische Zaken; of
een verklaring waaruit blijkt dat het fonds geen SEED erkenning heeft gekregen maar volgens het Ministerie van Economische Zaken wel past binnen de SEED regeling.
De IND beschouwt ‘het model machtigingsformulier student gemeente Kerkrade’, onderdeel van het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’, als bewijsmiddel waaruit blijkt dat:
het voorportaal gemachtigd is om namens de vreemdeling de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in te dienen;
het voorportaal toestemming van de vreemdeling heeft om informatie te delen met de IND; en
het voorportaal namens de vreemdeling de leges voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zal voldoen.
De IND beschouwt ‘het model machtigingsformulier student RWTH’, onderdeel van het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’, als bewijsmiddel waaruit blijkt dat de vreemdeling het voorportaal toestemming geeft om informatie op te vragen bij de RWTH.
De IND beschouwt een schriftelijke verklaring van het voorportaal als bewijs dat de vreemdeling gekoppeld is aan een woning in Kerkrade of Heerlen.
De IND beschouwt een (voorlopige) inschrijving aan de RWTH als bewijsmiddel dat de vreemdeling (voorlopig) is ingeschreven aan de RWTH.
De IND beschouwt de onderstaande bescheiden als bewijsmiddelen waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan:
In het geval de kosten van studie en levensonderhoud door de student zelf worden gefinancierd:
een originele bankverklaring (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de student, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit de bankverklaring moet duidelijk blijken dat de student vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken; of
een kopie van een rekeningafschrift (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de student, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit het rekeningafschrift moet duidelijk blijken dat de student vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken; of
een niet Nederlandse internetprint vergezeld door een originele bankverklaring voorzien van bankstempel en handtekening (inclusief een vertaling hiervan).
In het geval de kosten van studie en levensonderhoud worden gefinancierd uit een beurs:
een originele beursverklaring waarin in ieder geval is opgenomen: de datum, de naam van de beursverstrekker, de persoonsgegevens van de student, de periode (begindatum en einddatum) waarbinnen de beurs verstrekt wordt, het maandelijksdoor de student te ontvangen bedrag, de naam van het beursprogramma (indien van toepassing).
In het geval de student het minimaal toereikende bedrag voor de kosten van studie en levensonderhoud heeft gestort op een daartoe geopende rekening van het voorportaal:
een kopie van het rekeningafschrift met daarop de datum, het rekeningnummer en de naam van het voorportaal en het gestorte bedrag (herleidbaar tot de student).
In het geval de kosten van studie en levensonderhoud door een financier in het buitenland worden gefinancierd:
een originele verklaring financiële steun (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de persoonsgegevens van de student (volledige naam, geboortedatum, paspoortnummer); de persoonsgegevens van de financier (volledige naam, geboortedatum, paspoortnummer); de volledige adresgegevens van de financier; het maandelijks over te maken bedrag; de periode (begindatum en einddatum) waarin de student wordt ondersteund, de handtekening van de financier;
een kopie van het paspoort of de identiteitskaart van de financier; en
een originele bankverklaring (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de financier, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit de bankverklaring moet duidelijk blijken dat de financier vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken. Als de rekening op naam van meerdere personen staat, dienen al deze personen in te stemmen met de maandelijkse betaling en dienen zij de originele verklaring financiële steun mede te ondertekenen; of
een kopie van een rekeningafschrift(op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de financier, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit het rekeningafschrift moet duidelijk blijken dat de financier vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken; of
een niet Nederlandse internetprint vergezeld door een originele bankverklaring voorzien van bankstempel en handtekening.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling werkzaamheden verricht als grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk in verband met het rechtstreekse treinverkeer op het traject tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk:
een door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst met daarin de adresgegevens van de in het buitenland gevestigde werkgever; of
een door de werkgever ondertekende aanstellingsbrief met daarin de adresgegevens van de in het buitenland gevestigde werkgever.
De IND beschouwt bovengenoemde arbeidsovereenkomst ook als bewijsmiddel dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb
De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘vermogende vreemdeling’ in ieder geval af als:
Het geïnvesteerde vermogen van minimaal € 1.250.000 is teruggetrokken; of
De investering heeft volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geen toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie; of
De vreemdeling is betrokken bij een door de Financial Intelligence Unit-Nederland verdacht verklaarde transacties.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland adviseert positief bij een investering in een onderneming of in een contractueel samenwerkingsverband als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De onderneming of het contractueel samenwerkingsverband is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel;
De investering is conform het investeringsplan nog aanwezig in de onderneming of in het contractueel samenwerkingsverband; en
De beoogde arbeidscreatie is voor 60% gerealiseerd en het is aannemelijk dat de overige 40% in de komende twee jaren wordt gerealiseerd.
De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten af, of trekt de verblijfsvergunning in, als niet meer aan de algemene toelatingsgronden of aan de voorwaarden van de pilot wordt voldaan, wanneer:
de vreemdeling geen medewerking (meer) verleent aan het voorportaal om gegevens uit te wisselen met de IND;
de vreemdeling geen volmacht (meer) verleent aan het voorportaal om navraag te doen bij de RWTH inzake de studieresultaten dan wel andere informatie die nodig is om te kunnen beoordelen of de student studievoortgang boekt of deelneemt aan de studie;
de vreemdeling niet meer voltijds aan de RWTH studeert;
de vreemdeling zijn opleiding voortijdig heeft gestopt of heeft afgerond;
de opleiding van de vreemdeling is komen te vervallen aan de RWTH;
de vreemdeling onvoldoende studievoortgang voor zijn opleiding boekt aan de RWTH;
de vreemdeling (aan het begin van een nieuw studiejaar) niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
de vreemdeling niet meer aan een woning in Kerkrade of Heerlen is gekoppeld; of
de vreemdeling niet beschikt over een geldige Grenzgängerkarte afgegeven door het Ausländeramt in Duitsland.
De IND verstaat onder voldoende studievoortgang dat de vreemdeling minimaal 50% van de nominale studiepunten (European Credit Transfer System) voor het (gedeelte van het) studiejaar aan de RWTH behaalt.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waarmee de vreemdeling bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘vermogende vreemdeling’, kan aantonen dat aan de voorwaarden wordt voldaan:
Bewijsmiddelen bij een investering in een onderneming:
een recente jaarrekening van de onderneming(en) waarin is geïnvesteerd;
een verklaring van de bestuurders dat het door de vreemdeling geïnvesteerde vermogen conform het investeringsplan aanwezig is in de onderneming;
een beschrijving van de resultaten met betrekking tot arbeidscreatie (indien van toepassing);
een beschrijving van de resultaten met betrekking tot innovatie (indien van toepassing);
een beschrijving van de resultaten van de niet-financiële inbreng door de vreemdeling (indien van toepassing).
Bewijsmiddelen bij een investering in een contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere onderneming(en):
een recente jaarrekening van de onderneming(en) waarin is geïnvesteerd;
een bewijs dat de vreemdeling is aangesloten bij het samenwerkingsverband;
een verklaring van de bestuurders dat het geïnvesteerde vermogen conform het investeringsplan nog aanwezig is in het contractueel samenwerkingsverband;
een beschrijving van de resultaten met betrekking tot arbeidscreatie (indien van toepassing);
een beschrijving van de resultaten met betrekking tot innovatie (indien van toepassing);
een beschrijving van de resultaten van de niet-financiële inbreng door de vreemdeling (indien van toepassing).
Bewijsmiddelen bij een investering in een fonds dat volgens het Ministerie Economische Zaken past binnen de SEED regeling:
een bewijs van deelname aan een fonds dat volgens het Ministerie Economische Zaken past binnen de SEED regeling; en
een bewijs dat de investering nog aanwezig is in het fonds.
Bewijsmiddelen bij een investering in een participatiefonds:
een bewijs van deelname aan een participatiefonds dat is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP);
een bewijs dat de investering nog aanwezig is in het participatiefonds.
De IND beschouwt een kopie van een geldige Grenzgängerkarte afgegeven door het Ausländeramt in Duitsland als bewijsmiddel dat het de vreemdeling is toegestaan om dagelijks vanuit Nederland naar Duitsland te mogen reizen.
De IND beschouwt een verklaring van de RWTH als bewijsmiddel ten aanzien van de studievoortgang van de vreemdeling.
Artikel B11
Bijzonder verblijf
Onderdeel van Vreemdelingencirculaire 2000 (B)· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2016
Verwijzingen
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 16 Vw
- artikel 13
- artikel 4
- artikel 24
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 14
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 66a
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 16 Vw
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 14
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 8
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 30b
- artikel 67 Vw
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 8
- artikel 3
- artikel 8 Vw
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 30c Vw
- artikel 3
- Artikel 3
- artikel 3
- artikel 8 Vw
- artikel 3
- artikel 3