De aanvrager dient bij het uitvoeren van de in de artikelen 3 en 4 genoemde examenonderdelen blijk te geven:
het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op juiste wijze te bedienen;
zuinig en energie-efficiënt te rijden, waarbij wordt gelet op het aantal omwentelingen per minuut en het schakelen, remmen en versnellen;
zowel de gastoevoer als de remmen van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen;
de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen;
het voertuig behoorlijk te beheersen;
onder alle omstandigheden rekening houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld;
tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen.
Artikel VIII van Stcrt. 2013/34176 bevat overgangsrecht m.b.t.
deze wijziging.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën B en E bij B· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 31 december 2013